ECLI:NL:RBLIM:2024:9074
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldig ontslag op staande voet wegens bedreigingen en chantage door werknemer
De werknemer was in dienst als allround schoonmaker bij de werkgever en stuurde op 8 juli 2024 meerdere bedreigende WhatsApp-berichten aan de eigenaar van het bedrijf, waarin hij onder meer dreigde het gezin van de werkgever kapot te maken en foto’s aan diens vrouw te tonen als hij niet op tijd betaald zou worden. De partner van de werknemer voegde hier nog beledigingen aan toe.
Op 9 juli 2024 werd de werknemer op staande voet ontslagen wegens deze bedreigingen en chantage. De werknemer betwistte het ontslag en stelde dat de gebruikte woorden binnen het milieu passen en dat de daadwerkelijke reden van ontslag anders was. De werkgever stelde dat het ontslag rechtsgeldig was en dat verlofuren en vakantiegeld reeds waren voldaan.
De kantonrechter oordeelde dat de gedragingen van de werknemer een dringende reden vormen in de zin van artikel 7:677 BW Pro en dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is. De arbeidsovereenkomst eindigde derhalve per 9 juli 2024. Daarnaast werd vastgesteld dat de werknemer sinds 4 maart 2024 in dienst was, waarna de werkgever werd veroordeeld tot het verstrekken van loonspecificaties over maart en april 2024 en tot betaling van niet opgenomen verlofuren en vakantiegeld over die periode. De werknemer werd veroordeeld tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding aan de werkgever. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig verklaard en de werkgever is veroordeeld tot het verstrekken van loonspecificaties en betaling van verlofuren en vakantiegeld, terwijl de werknemer een schadevergoeding moet betalen.