ECLI:NL:RBLIM:2025:11941
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake woningsluiting op basis van de Opiumwet
Op 3 december 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg uitspraak gedaan in de zaak tussen verzoekster, een huurder van een woonwagen in Gulpen, en de burgemeester van Gulpen-Wittem. De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning van verzoeksters voor de duur van zes maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De burgemeester had op 15 oktober 2025 besloten tot sluiting van de woning na het aantreffen van een handelshoeveelheid harddrugs en softdrugs tijdens een politie-inval op 1 september 2025. Verzoekers zijn het niet eens met dit besluit en hebben bezwaar gemaakt, waarbij zij de voorzieningenrechter hebben gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek toegewezen en het bestreden besluit geschorst. De rechter oordeelde dat de burgemeester de noodzaak en evenwichtigheid van de sluiting onvoldoende had onderbouwd. Er was weliswaar een handelshoeveelheid drugs aangetroffen, maar er waren geen aanwijzingen dat er feitelijk vanuit de woning werd gehandeld. Bovendien was er sprake van een minderjarig kind in de woning, wat extra gewicht in de schaal legt bij de beoordeling van de evenwichtigheid van de sluiting. De voorzieningenrechter heeft de burgemeester opgedragen om bij het nemen van een nieuw besluit op bezwaar de noodzaak van de sluiting beter te motiveren en de belangen van het minderjarige kind mee te wegen. Tevens is de burgemeester veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoekers.