Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 februari 2025 in de zaak tussen
[naam] , uit [woonplaats] , verzoekster
de burgemeester van de gemeente Brunssum
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
11 september 2024 laten testen door het NFI. Gebleken is dat het ging om een zakje met 5,95 gram MDMA en een tablet van 0,42 gram die positief reageerde op MDMA. De politie heeft verder in de woning (slaapkamer van de zoon en de zolder) en in de berging diverse goederen aangetroffen die gebruikt worden bij de hennepteelt, namelijk vijftien droogrekken, drie koolstoffilters, twee box-ventilatoren, twee tassen met materialen voor droogrekken, vijf ventilatoren, een onbekend aantal bloempotten, elektriciteitskabels, en een flexibele afvoerslang.
.De voorzieningenrechter stelt vast dat de burgemeester alleen de aangetroffen cocaïne in de woning ten grondslag heeft gelegd aan de sluiting. De gemachtigde van de burgemeester heeft dit op de zitting bevestigd. Op grond van de in de woning aangetroffen hoeveelheid harddrugs, in totaal 5,35 gram cocaïne, heeft de burgemeester mogen aannemen dat de aangetroffen hoeveelheid deels of geheel voor verkoop, aflevering of verstrekking aan derden bestemd is. De burgemeester is daarom op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet bevoegd de woning te sluiten. Verzoekster heeft de bevoegdheid van de burgemeester om de woning te sluiten niet als zodanig betwist.
.Het is niet verzoekster zelf geweest die verantwoordelijk is c.q. eigenaar is van de spullen die in de woning zijn aangetroffen. De instap door de politie is gedaan doordat haar zoon is aangehouden. Niets aan informatie of bewijs is voorhanden waaruit het tegendeel blijkt. De vraag is of verzoekster dan een dermate zwaar gevolg kan worden toegerekend. Immers is zij hoofdhuurder van de woning en heeft zij altijd als goed huurder gefunctioneerd. Zoals vermeld waren er nooit incidenten waaruit blijkt dat de woning problematisch in welke aard dan ook is geweest voor de openbare orde. Juist het gegeven dat verzoekster zelf niets te verwijten valt maakt het besluit, en de gevolgen die een woningsluiting voor verzoekster met haar gezondheid heeft, volstrekt onredelijk.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- schorst het bestreden besluit tot zes weken na de beslissing op bezwaar;
- bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 194,- aan verzoekster moet vergoeden;
- veroordeelt de burgemeester tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten van verzoekster.