Uitspraak
Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg,
1.Het procesverloop
13 februari 2025. Daarbij waren aanwezig:
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten van de belanghebbenden
5.De beoordeling
6.De beslissing
's-Hertogenbosch
Rechtbank Limburg
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om het gezag van de vader over de minderjarige te beëindigen, omdat de ontwikkeling van het kind ernstig wordt bedreigd door de voortdurende onzekerheid en de persoonlijke problematiek van de vader. De minderjarige verblijft sinds januari 2024 in een gezinshuis en is sinds 2022 onder toezicht gesteld met een machtiging tot uithuisplaatsing.
Tijdens de zitting was de vader niet aanwezig en kon zijn actuele situatie niet worden beoordeeld. De moeder erkent dat zij het gezag alleen zal moeten dragen en vraagt om steun van de gecertificeerde instelling. De GI ondersteunt het verzoek tot beëindiging van het vadersgezag vanwege het ontbreken van contact en medewerking van de vader.
De rechtbank oordeelt dat de vader niet in staat is de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding te dragen binnen een aanvaardbare termijn. De langdurige uithuisplaatsing en het ontbreken van contact maken het belang van het kind bij stabiliteit en duidelijkheid zwaarder dan het belang van de vader. Het verzoek wordt toegewezen, het gezag van de vader wordt beëindigd en de moeder blijft alleen belast met het gezag. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het gezag van de vader wordt beëindigd en de moeder blijft alleen belast met het gezag over de minderjarige.