De werknemer trad in 2017 in dienst bij Isko International als Key Accountmanager Benelux. Zijn arbeidsovereenkomst werd in 2021 ontbonden. Tijdens zijn dienstverband bouwde hij geen pensioen op bij het bedrijfstakpensioenfonds Bpf MITT. Hij vorderde een verklaring voor recht dat Isko International onder de verplichtstelling van Bpf MITT valt en dat zijn pensioenaanspraken moeten worden geadministreerd.
Bpf MITT en Isko International stelden dat Isko International niet onder de werkingssfeer van het verplichtstellingsbesluit valt, omdat zij niet zelf denim produceert maar optreedt als vertegenwoordiger van Sanko Tekstil in Turkije. De kantonrechter concludeerde dat Isko International slechts een intermediair is die orders van klanten doorgeeft aan Sanko Tekstil, die de daadwerkelijke producent is.
De kantonrechter verwierp het betoog van de werknemer dat sprake zou zijn van een papieren constructie en dat Isko International wel degelijk de opdracht gaf tot productie. Ook het argument dat Isko International zich naar buiten toe als producent presenteert, bood geen grond om van de contractuele werkelijkheid af te wijken.
Daarom werd de vordering van de werknemer afgewezen en werd verklaard dat hij niet verplicht was deel te nemen aan Bpf MITT gedurende zijn dienstverband. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten, terwijl de kosten tussen Isko International en Bpf MITT werden gecompenseerd.