De zaak betreft een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maasgouw voor het starten van een Bed and Breakfast (B&B) op een woonlocatie in Ohé en Laak. De vergunning werd aanvankelijk verleend op basis van een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid, maar na bezwaar van de buurvrouw werd deze herroepen en opnieuw verleend op basis van een buitenplanse afwijking.
Eiseres, een directe buurvrouw, stelde meerdere beroepsgronden aan de orde, waaronder onzorgvuldigheid in de besluitvorming, onvoldoende waarborging van de woonfunctie, onduidelijkheid over de duur van de vergunning en mogelijke onevenredige afbreuk aan het woonkarakter. De rechtbank oordeelde dat de besluitvorming onzorgvuldig was doordat niet duidelijk was welke stukken deel uitmaken van de vergunning en dat de vergunning ten onrechte voor onbepaalde tijd was verleend.
De rechtbank wees de overige beroepsgronden af, waaronder de vermeende strijd met het bestemmingsplan, de omgevingsverordening en de omgevingsvisie, alsmede de stellingen over hinder en verkeersafwegingen. De rechtbank maakte gebruik van haar bevoegdheid om zelf in de zaak te voorzien en legde twee aanvullende voorschriften op: dat de B&B uitsluitend als nevenactiviteit naast wonen mag plaatsvinden en dat de vergunning wordt verleend voor een duur van 15 jaar.
Ten slotte werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd voor zover het voorschriften betreft, en werd verweerder opgedragen het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden.