ECLI:NL:RBLIM:2025:584
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek werknemer wegens verkeerde werkgever en beëindiging uitzendovereenkomst
De werknemer sloot een uitzendovereenkomst voor vier weken met een uitzendbureau, waarbij de cao voor Uitzendkrachten van toepassing was. Na een verschil van inzicht over de werkzaamheden werd de overeenkomst per e-mail beëindigd. De werknemer stelde dat sprake was van een ontslag op staande voet en verzocht vernietiging daarvan, loondoorbetaling en wettelijke verhoging.
De kantonrechter constateerde dat het verzoek was gericht tegen een verkeerde rechtspersoon; de werkgever was het uitzendbureau en niet de partij tegen wie het verzoek was gericht. Hoewel de werknemer stelde dat de informatie misleidend was omdat op de overeenkomst de naam van de verweerster stond en alle contacten met haar waren, oordeelde de rechter dat dit slechts een slogan betrof en dat de werkgever duidelijk was vermeld in de overeenkomst en loonstroken.
Daarnaast overwoog de kantonrechter dat, zelfs indien het verzoek tegen de juiste werkgever was gericht, geen sprake was van ontslag op staande voet maar van een rechtsgeldige beëindiging van de uitzendovereenkomst op grond van het uitzendbeding en de cao. De verzoeken van de werknemer werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek van de werknemer wordt afgewezen omdat het tegen de verkeerde rechtspersoon is gericht en de beëindiging van de uitzendovereenkomst rechtsgeldig is.