Uitspraak
1.De procedure
- de door [verzoeker] op 5 juni 2025 overgelegde productie 12
Rechtbank Limburg
De werknemer, sinds januari 2025 in dienst als junior validation officer, werd tijdens zijn proeftijd ontslagen. Hij vermoedde dat dit ontslag verband hield met zijn melding van een chronische ziekte, namelijk pseudohypoparathyreoide type 1B, en verzocht om een billijke vergoeding en diverse schadevergoedingen.
De kantonrechter stelde vast dat de werknemer inderdaad een chronische ziekte heeft die hem beperkt in zijn arbeidsparticipatie. Er was een vermoeden dat het ontslag verband hield met deze ziekte, omdat het ontslag kort na de ziekmelding volgde. Echter, de werkgever slaagde erin tegenbewijs te leveren door aan te tonen dat het ontslag gebaseerd was op een mismatch met de functie, waarbij de werknemer onvoldoende instructies opvolgde en geen affiniteit had met het werk.
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever niet op de hoogte was van de chronische ziekte ten tijde van het ontslag en dat het ontslag niet discriminerend was. Ook werd geen schending van goed werkgeverschap vastgesteld, ondanks de snelle wijze van opzegging. Verzoeken tot schadevergoeding, transitievergoeding en nabetaling van reiskosten werden afgewezen. De proceskosten werden aan de werknemer opgelegd.
Uitkomst: Verzoek tot billijke vergoeding en overige vergoedingen na proeftijdontslag wegens vermeende discriminatie chronische ziekte wordt afgewezen.