Uitspraak
RECHTBANK limburg
[naam 9], te Maastricht, verguninghouder.
Procesverloop
Overwegingen
De verlening van de omgevingsvergunning
.Verweerder stelt zich op het standpunt dat het bouwplan aan die beleidsregels voldoet.
Het toepasselijke recht
- Woningomzetting: Omzetting van een woning naar één of meer wooneenheden voor kamergewijze verhuur (…).
- Wooneenheid (voor kamergewijze verhuur): Een onzelfstandig gedeelte van een gebouw met woonfunctie ten behoeve van kamergewijze verhuur, welk gedeelte dient voor de huisvesting van één huishouden. Kenmerkend voor de wooneenheid is het gezamenlijk gebruik (met andere wooneenheden) van een toiletruimte, badruimte en/of een keuken. Een wooneenheid kan uit meerdere ruimten bestaan.
- Kamergewijze verhuur: Het verschaffen van woonverblijf in één gedeelte van een gebouw middels meer dan één wooneenheid (voor kamergewijze verhuur). De bewoners hebben gezamenlijk één voordeur. Daarnaast delen de bewoners van de wooneenheden minimaal één van de volgende voorzieningen: badkamer, keuken of toilet.
- Woningsplitsing: Het bouwkundig en/of functioneel splitsen van één woning in twee of meer woningen dan wel het omzetten van één of meer wooneenheden naar één of meer woningen.
- Woning: Een zelfstandig (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één huishouden. Kenmerkend voor de woning is de aanwezigheid van eigen voorzieningen, waaronder minimaal een toiletruimte, badruimte en een keuken met kooktoestel.
kamerbewoningdoor studenten (of arbeidsmigranten) en bewoning door een gezin. Dit kan van invloed zijn op het woon- en leefmilieu van de omgeving, omdat het kan leiden tot en toename van bijvoorbeeld de parkeerdruk en geluidsoverlast. [6] Verweerder heeft in aanmerking mogen nemen dat het bestemmingsplan in dit geval toestaat dat in de panden twee gezinnen (twee huishoudens) wonen, waarbij er geen grens is gesteld aan de omvang van de huishoudens. De ruimtelijke uitstraling van bewoning door (tien) studenten verschilt daar echter van. Vanwege de leeftijdssamenstelling, het leefritme en de leefstijl bestaat er een ruimtelijk relevant verschil met bewoning door twee gezinnen, zoals eisers terecht betogen. Bewoning door gezinnen zou veel meer aansluiten bij het leefritme van eisers. In dit geval is geen sprake van kamerbewoning maar van tien zelfstandige woningen voor studenten die allemaal eigen voorzieningen hebben en niet zijn aangewezen op gezamenlijke voorzieningen. Vast staat dat kamerbewoning door studenten in strijd zou zijn met geldend beleid en dat daarvoor geen omgevingsvergunning zou kunnen worden verleend. Zoals de voorzieningenrechter hiervoor heeft overwogen mag verweerder voor de ruimtelijke uitstraling verschil maken tussen kamerbewoning en zelfstandige woningen (al dan niet bewoond door studenten). Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder echter de ruimtelijke uitstraling als gevolg van bewoning specifiek door studenten (waarop de vergunning expliciet ziet) – ook al bewonen die zelfstandige woningen – onvoldoende in zijn besluitvorming betrokken. Daarvoor bestond in dit geval concrete aanleiding in verband met het gemeenschappelijke gebruik van de tuin. Eisers vrezen terecht voor overlast als gevolg daarvan omdat dat de enige mogelijkheid is voor de bewoners en hun bezoekers om al dan niet gezamenlijk buiten te kunnen vertoeven. Eisers betogen daarom terecht dat verweerder aanleiding had moeten zien om daarover voorschriften aan de omgevingsvergunning te verbinden. Omdat het gezamenlijke gebruik van de tuin ruimtelijk relevant is voor de beoordeling of een omgevingsvergunning kan worden verleend, heeft verweerder daarvoor niet kunnen volstaan met een verwijzing naar het huishoudelijk reglement en de verantwoordelijkheid van de verhuurder voor naleving van de daarin gestelde regels. Het voorgaande speelt in dit geval des te meer gezien de ligging van de tuin ten opzichte van de omliggende woningen, die de bij de woningen behorende achtertuinen inklemmen (de ‘klankkast’ waarover eiseres spreken).
Beslissing
Door vergunninghouder wordt een huishoudelijk reglement vastgesteld, waaraan de huurders zich moeten houden, waarin ten minste wordt geregeld dat stalling van fietsen en opslag van huisvuil inpandig in de daarvoor bestemde ruimte moet plaatsvinden en dat er tussen bepaalde tijden (in de avond/nacht) stilte (stemgeluid op fluisterniveau en geen muziek of andere vormen van geluid) in de tuin moet zijn. Dit huishoudelijk reglement wordt ter goedkeuring aan verweerder voorgelegd. Vergunninghouder moet op nalevering van de in het huishoudelijk reglement gestelde regels toezien”;
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2025.