ECLI:NL:RVS:2025:1174
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing omgevingsvergunning bouw woning in bebouwingslint Nieuw Wolfslaarlaan
Het college van burgemeester en wethouders van Breda verleende een omgevingsvergunning voor het bouwen van een vrijstaande woning met twee bouwlagen en een laagbouwdeel aan de Nieuw Wolfslaarlaan. Appellanten betoogden dat de woning niet in het oorspronkelijke bebouwingslint ligt en dat de laagbouw onterecht als aanbouw is aangemerkt. Tevens stelden zij dat de wijzigingsvergunning van 21 juli 2022 als een nieuw besluit had moeten worden behandeld.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bouwplan terecht binnen het oorspronkelijke bebouwingslint is geplaatst, mede gelet op de plantoelichting en vergelijkbare woningen in de omgeving. De laagbouw is volgens de planvoorschriften terecht als aanbouw aangemerkt vanwege de constructieve ondergeschiktheid. De wijzigingsvergunning van 21 juli 2022 betreft een wijziging van ondergeschikte aard en is een besluit in de zin van artikel 6:19 Awb Pro.
De Afdeling constateerde een overschrijding van de redelijke termijn van meer dan vier jaar en kende appellanten een schadevergoeding toe van € 500,- elk. Het hoger beroep van appellanten A en B werd gegrond verklaard voor het niet beslissen op beroepen van rechtswege tegen het wijzigingsbesluit. Het hoger beroep van appellant C werd ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover zij niet op deze beroepen had beslist en bevestigd voor het overige.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellanten A en B wordt gegrond verklaard voor het niet beslissen op de beroepen van rechtswege, het hoger beroep van appellant C ongegrond, en de Staat wordt veroordeeld tot schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.