ECLI:NL:RBLIM:2026:1410
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- Bisscheroux
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid opzegging arbeidsovereenkomst tijdens proeftijd voorafgaand aan aanvang
In deze arbeidszaak verzocht de werknemer de opzegging van de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd te vernietigen, omdat deze was gegeven voordat de arbeidsovereenkomst was aangevangen. De arbeidsovereenkomst was gesloten met een proeftijd van één maand, ingaande op 1 november 2025. De werkgever had de arbeidsovereenkomst op 27 oktober 2025 opgezegd, nog vóór de ingangsdatum.
De kantonrechter oordeelde dat een opzegging tijdens de proeftijd ook vóór de aanvang van de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig kan zijn, omdat de wetgever dit expliciet heeft toegestaan. De werkgever hoeft geen redelijke grond te hebben voor de opzegging tijdens de proeftijd. De stelling van de werknemer dat de opzegging onrechtmatig was omdat zij een voorschot op loon had gevraagd, werd verworpen. De werkgever had dit aanbod niet gedaan en handelde niet in strijd met goed werkgeverschap.
De werknemer vorderde daarnaast een billijke vergoeding, maar omdat de opzegging rechtsgeldig was, werd dit verzoek afgewezen. Ook het tegenverzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst hoefde niet te worden behandeld. De proceskosten werden aan de werknemer opgelegd.
Uitkomst: De opzegging tijdens de proeftijd vóór aanvang van de arbeidsovereenkomst is rechtsgeldig en de verzoeken van de werknemer worden afgewezen.