16.1.De politie heeft in de kelder van de woning een professioneel opgezette, in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen, bestaande uit 524 (nog niet oogstrijpe) hennepplanten. Aangenomen wordt dan ook dat de woning een rol vervult binnen de keten van drugshandel, zodat sluiting daarvan in beginsel noodzakelijk is. Dat geldt te meer nu – anders dan verzoekster heeft betoogd – sprake is van een ernstig geval. De politie heeft in de woning immers een aanzienlijke hoeveelheid hennepplanten aangetroffen, waarmee de maximaal toegestane hoeveelheid voor eigen gebruik (van vijf hennepplanten) ruimschoots wordt overschreden. Daarnaast heeft de politie in de woning diverse aan de kwekerij gerelateerde attributen aangetroffen. Een en ander versterkt de noodzaak tot sluiting van de woning nog verder en daardoor kan – volgens vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter– ook niet met een waarschuwing worden volstaan. Het betoog van verzoekster, dat haar geen verwijt kan worden gemaakt, maakt dit niet anders. De beroepsgrond slaagt niet.
Is sluiting van de woning evenredig?
17. Verzoekster heeft aangevoerd dat de woningsluiting niet evenredig is. Verzoekster vindt daarvoor ook van belang dat zij geen betrokkenheid heeft gehad bij de hennepkwekerij, zodat zij daarvoor ook niet (strafrechtelijk) verantwoordelijk kan worden gehouden. Alleen haar ex-partner is daarvoor verantwoordelijk (geweest). Ter zitting heeft verzoekster daarover nog (nader) verklaard dat de moeder van verzoekster ernstig ziek is en verzoekster in de periode voorafgaand aan het aantreffen van de hennepkwekerij veelal bij haar moeder verbleef om voor haar te zorgen. De moeder van verzoekster heeft namelijk kanker en heeft (onder meer) al een operatie en diverse bestralingen ondergaan, waarvan zij nog steeds veel klachten ondervindt. Hierdoor was verzoekster bijna niet thuis, en heeft niet gemerkt dat er een hennepkwekerij was opgebouwd in de kelder. Drugs worden in de cultuur van verzoekster echter niet getolereerd. De moeder van verzoekster is erg boos over de aangetroffen hennepkwekerij. Verzoekster heeft om die reden nu nagenoeg geen contact meer met haar moeder (en haar broer). Zij kan daardoor ook niet bij hen terecht. Haar broer woont bovendien al bij haar moeder, omdat hij ook is gescheiden. Verzoekster heeft geen (contact met) andere familie en/of vrienden. Verzoekster heeft haar (inmiddels) ex-partner uit de woning gezet, de sleutel van de woning heeft ze ingenomen en ze is een echtscheidingsprocedure tegen hem gestart. Verzoekster woont nu dus alleen met haar dochter in de woning, zodat de woningsluiting enkel hun treft. Ergens anders kan verzoekster niet terecht. Verzoekster beschikt namelijk niet over een netwerk, heeft onvoldoende financiële middelen en opvanglocaties zijn niet geschikt voor haar dochter. Daarnaast is verzoekster voor wat betreft het vinden van alternatieve woonruimte gebonden aan de directe omgeving van haar werk en de opvang van haar dochter. Verzoekster moet immers alleen (financieel) zorgdragen voor haarzelf en voor haar dochter. Verzoekster heeft een baan en inkomen. Door al wat er is voorgevallen, heeft verzoekster echter ook schulden, onder meer aan Enexis en WML (ter hoogte van € 16.510,00 en € 6.000,00). Om die schulden te kunnen aflossen, heeft verzoekster een geldlening van € 50.000,00 afgesloten, met een terugbetalingsverplichting van € 1.049,54 per maand en tegen 10% rente. Van het geleende geldbedrag heeft verzoekster haar leaseovereenkomst afgekocht voor een bedrag van € 7.700,00. De leaseauto heeft verzoekster vervolgens verkocht voor € 3.500,00. Verzoekster kon de betalingsverplichtingen van een en ander namelijk niet meer (alleen) nakomen. Verzoekster beschikt dus niet meer over een auto, zodat ze te voet naar de opvang en haar werk gaat. Verzoekster is dus gebonden aan een woning in de buurt, en kan niet zomaar naar Duitsland uitwijken. Verder heeft verzoekster van het geleende bedrag nog advocaatkosten voldaan van (vooralsnog, in totaal) € 5.000,00. Ter onderbouwing van heeft verzoekster ter zitting een overzicht van de schuld aan Enexis en de leasemaatschappij overgelegd, en een bankafschrift van de overschrijving van het afkoopbedrag aan laatstgenoemde. Verzoekster heeft een gesprek gehad met het sociaal wijkteam. Met dit team heeft zij de gevolgen van sluiting besproken. Zij hebben aangegeven dat verzoekster in het uiterste geval terecht zou kunnen bij een nacht- of vrouwenopvang, maar dat dit niet heel geschikt is voor haar dochter van twee. Verzoekster heeft aangegeven dat haar dochter op dit moment alleen bij haar verblijft. In de toekomst zal haar dochter waarschijnlijk om de week een weekend en de woensdag bij haar ex-partner gaan verblijven.
18. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Als de sluiting van een woning noodzakelijk is, neemt dat niet weg dat de sluiting ook evenredig moet zijn. Bij de beoordeling van de evenwichtigheid kunnen verschillende factoren van belang zijn. De burgemeester moet bijvoorbeeld de mate van verwijtbaarheid van degenen die door de sluiting worden getroffen beoordelen. Daarnaast is van belang wat de gevolgen voor hen zijn van het voor de duur van de sluiting elders moeten verblijven. Verder moet de burgemeester de aanwezigheid van minderjarige kinderen en de impact van de woningsluiting op hun welzijn in zijn besluitvorming betrekken.
19. Gelet op dat wat verzoekster heeft aangevoerd (onder 16.), is de voorzieningenrechter van oordeel dat de burgemeester onvoldoende aandacht heeft besteed aan de gevolgen van de woningsluiting voor verzoekster en haar minderjarige kind. De voorzieningenrechter kan verweerder weliswaar volgen in het standpunt dat verzoekster haar stellingen slechts beperkt heeft onderbouwd. Zo heeft verzoekster niet onderbouwd dat haar moeder ziek is, noch dat zij veelal bij haar moeder verbleef om voor haar te zorgen, bijvoorbeeld met verklaringen van haar moeder, broer, buren, vrienden en/of kennissen, etc. Verzoekster heeft pas ter zitting haar financiële situatie enigszins onderbouwd. Gelet op wat verzoekster wel aan stukken heeft ingediend en wat zij heeft verteld op zitting, is de voorzieningenrechter desondanks van oordeel dat de belangen van verzoekster en (met name) haar minderjarige dochter, om voorlopig in de woning te kunnen blijven, vooralsnog zwaarder wegen dan de belangen van de burgemeester bij de woningsluiting. De voorzieningenrechter ziet dan ook aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen door het bestreden besluit te schorsen. Verzoekster zal haar standpunten in bezwaar eventueel nog nader kunnen onderbouwen, door bijvoorbeeld inkomensspecificaties/loonstroken, bankafschriften en/of andere overzichten van uitgaven, informatie over (de ontwikkeling van) haar dochter, informatie over de zoektocht naar een woning en verklaringen van derden, zoals collega’s of hulpverleningsinstanties over te leggen.
20. Uit wat verzoekster wel heeft verteld en onderbouwd maakt de voorzieningenrechter op dat verzoekster zich op dit moment in een kwetsbare positie bevindt. Zij ligt in een scheiding en heeft eigenlijk geen ondersteunend netwerk, nu de relatie met haar familie is verstoord. Zij is een grote schuld aangegaan om de eindjes aan elkaar te knopen. Gelukkig heeft zij nog wel een vaste baan. Door de omstandigheden draagt zij vrijwel alleen de zorg voor haar dochter van twee.
21. De voorzieningenrechter overweegt dat de aanwezigheid van een minderjarig kind op zichzelf nog geen bijzondere omstandigheid is op grond waarvan de burgemeester van een sluiting moet afzien.Wel is dan van belang dat de burgemeester er voldoende rekenschap van heeft gegeven dat er een minderjarig kind in de woning woont. In beginsel zijn ouders van minderjarige kinderen zelf verantwoordelijk voor het vinden van vervangende woonruimte, maar de burgemeester zal daarnaar wel moeten informeren c.q. moeten onderzoeken of de ouders daartoe zelf wel in staat zijn.
22. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester dat hier onvoldoende heeft gedaan. De burgemeester heeft ter zake immers slechts (in het algemeen) aangevoerd dat er voldoende mogelijkheden in de omgeving van Venlo en net over de grens in Duitsland zijn, zoals kortdurende huur van woonruimte, verblijf op een camping of vakantiepark of in een B&B of hotel en verwezen naar websites zoals www.funda.nl, www.jaap.nl, www.huislijn.nl en de websites van lokale makelaars. Als een en ander niet mogelijk zou zijn, heeft de burgemeester aangevoerd dat verzoekster terecht kan in een maatschappelijke opvang. De burgemeester heeft echter geen concrete mogelijkheden/locaties aangedragen. Bovendien heeft het sociaal wijkteam – onbetwist – aan verzoekster laten weten dat de maatschappelijke opvang geen wenselijke plaats is voor een kind van twee. De burgemeester heeft ook niet onderzocht of en/of overwogen dat deze (concrete) mogelijkheden/locaties geschikt zijn voor verzoekster en haar minderjarige kind, ook gelet op het feit dat verzoekster niet (meer) over een auto beschikt en dus te voet bij de opvang en op haar werk zal moeten geraken. De voorzieningenrechter vindt dit wel van belang. Het is immers van groot belang voor verzoekster dat zij haar baan kan behouden. Haar werk is juist één van de weinige stabiele factoren die verzoekster in deze onzekere periode in haar leven nog over heeft. Ook gelet op de schuld die verzoekster is aangegaan, zijn de inkomsten hieruit erg belangrijk voor haar. Tot slot zal de burgemeester zich er van moeten vergewissen of verzoekster financieel in staat is een andere woning naast de huidige woning te bekostigen.
23. Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder onvoldoende gemotiveerd heeft dat sprake is van een evenwichtige sluiting. De gevolgen van de sluiting van de woning voor verzoekster en haar minderjarige kind, zijn op dit moment te onzeker. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom toe.