Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De beoordeling
10 juni 2022 (ECLI:NL:HR:2022:853).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
De werknemer was sinds augustus 2023 in dienst als leerling machinist minigraaf bij de werkgever. Op 21 oktober 2025 deelde de werkgever mee de arbeidsovereenkomst per 1 november 2025 te ontbinden. De werknemer berustte in het einde van de arbeidsovereenkomst en verzocht de kantonrechter om betaling van een transitievergoeding, vakantiebijslag, resterende verlof- en adv-dagen, wettelijke rente, incassokosten, proceskosten en verstrekking van loonstroken.
De werkgever voerde geen verweer en was niet aanwezig bij de mondelinge behandeling. De kantonrechter stelde vast dat de werkgever deugdelijk was opgeroepen en wees het verzoek van de werknemer vrijwel volledig toe. De transitievergoeding werd vastgesteld op € 2.258,19 bruto, gebaseerd op het door de werknemer plausibel gestelde brutoloon van € 2.834,19 per maand.
Daarnaast werden vakantiebijslag, resterende verlof- en adv-dagen, wettelijke rente over deze bedragen, incassokosten en proceskosten toegewezen. De werkgever werd tevens veroordeeld tot het verstrekken van een netto/bruto specificatie en ontbrekende loonstroken, met een dwangsom bij niet-naleving. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van transitievergoeding, achterstallig loon, vakantiebijslag, verlof, incassokosten en proceskosten met wettelijke rente en verstrekking van loonstroken.