Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
(…) Graag bevestig ik u hierbij dat ik nog altijd bereid ben om mijn werkzaamheden volledig en volgens mijn arbeidsovereenkomst uit te voeren. Ik weiger mijn werkzaamheden niet en ben beschikbaar om mijn functie te blijven vervullen. Daarnaast wil ik nogmaals aangeven dat ik het niet eens ben met het (voorgenomen) ontslag. (…)”.
(…) Hierbij deel ik je mede dat je een officiële waarschuwing krijgt in verband met beëindiging van je contract bij [werkgever] .
(…) Ze hebben aangegeven dat ze het contract met jou hebben beëindigd. Ze vertelden dat er ook nog een gesprek met jou heeft plaatsgevonden. Ook heb je een brief ontvangen?(…)”.
(…) Wij waren voornemens om met jou in gesprek te gaan om een beëindiging van jouw dienstverband met wederzijds goedvinden aan te bieden in plaats van een eenzijdige beëindiging conform artikel 16 uit Pro jouw leer-arbeidsovereenkomst.(…)”.
3.Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek
4.De beoordeling van het verzoek en het tegenverzoek
wij stoppen ermee” en “
je bent per direct uit dienst en je hoeft niet meer te komen”. [werkgever] heeft dit betwist en heeft aangevoerd dat op 9 december 2025 wel een indringend gesprek tussen partijen heeft plaatsgevonden naar aanleiding van de ontstane zorgen over het functioneren van [werknemer] maar dat tijdens het gesprek aan hem is meegedeeld dat het stage-/leertraject vanuit [werkgever] zou worden beëindigd. Er is volgens [werkgever] tijdens het gesprek niet gesproken over een dringende reden of over een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst en al helemaal niet in termen van een ontslag op staande voet. Er is enkel besproken dat [werknemer] niet meer zou worden ingeroosterd en dat er nog een vervolggesprek zou plaatsvinden over de manier waarop het dienstverband zou eindigen, aldus [werkgever] . Partijen staan ten aanzien van de vraag wat er is gezegd lijnrecht tegenover elkaar en [werknemer] heeft geen nader bewijs aangeboden van de inhoud van het gesprek op 9 december 2025 zodat, gelet op de gemotiveerde betwisting van [werkgever] , niet is komen vast te staan welke mededeling in welke bewoordingen tijdens het gesprek door [werkgever] aan [werknemer] is gedaan.