Uitspraak
1.[verwerende partij 1] V.O.F.,
2.
[verwerende partij 2],
3.
[verwerende partij 3],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
- om een verklaring voor recht die er, in essentie, op neerkomt dat de opzegging van 2 december 2025 niet rechtsgeldig is en de arbeidsovereenkomst nog is blijven voortduren;
- de opzegging van [verwerende partij 1] per 31 december 2025 te vernietigen (verzoek onder II);
- verweerders hoofdelijk te veroordelen [verzoekende partij] met ingang van 2 december 2025 ziek te melden op straffe van verbeurte van een dwangsom;
- verweerders hoofdelijk te veroordelen tot loondoorbetaling overeenkomstig de CAO vanaf 1 januari 2026, met wettelijke verhoging en rente;
- verweerders hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 2.177,28 bruto, zijnde toeslagen en eindejaarsuitkering, met wettelijke verhoging en rente en een bruto/netto specificatie;
- verweerders hoofdelijk te veroordelen om een overzicht te verstrekken van de gewerkte (over)uren, opgebouwde verlofuren, een deugdelijke afrekening van het (achterstallige) loon, de vakantietoeslag, de eindejaarsuitkering op straffe van verbeurte van een dwangsom;
- verweerders hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten.