ECLI:NL:RBLIM:2026:5953

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
20 april 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
12074874 AZ VERZ 26-11
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Otto
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:671 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opzegging arbeidsovereenkomst werknemer niet rechtsgeldig wegens wilsgebrek en druk werkgever

De werknemer was sinds oktober 2023 in dienst als vouwmedewerker bij de werkgever en ontving een loon conform de toepasselijke CAO Textielverzorging. In december 2025 nam de werknemer in een emotionele opwelling ontslag, maar trok zij dit kort daarna in wegens stress en ziekte. De werkgever hield vast aan de opzegging en stelde dat deze rechtsgeldig was vanwege duidelijke en ondubbelzinnige verklaringen van de werknemer.

De kantonrechter oordeelde dat ondanks de duidelijke opzegging de werkgever niet mocht aannemen dat de werknemer daadwerkelijk de wil had om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. De werknemer stond onder druk, werd geconfronteerd met zware arbeidsomstandigheden en psychische klachten, en sprak de Nederlandse taal onvoldoende om de gevolgen van haar ontslagbesluit te overzien. De werkgever had de werknemer meer tijd moeten geven en haar moeten waarschuwen voor de gevolgen.

Hierdoor werd de opzegging nietig verklaard en bleef de werknemer in dienst. De werkgever erkende een fout en stemde toe dat de werknemer in dienst bleef, hoewel zij niet verwachtte dat zij daadwerkelijk zou terugkeren. De werkgever werd veroordeeld tot ziekmelding, loondoorbetaling conform CAO, betaling van achterstallige toeslagen en eindejaarsuitkering, verstrekking van overzichten en proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De opzegging door de werknemer is niet rechtsgeldig verklaard en de arbeidsovereenkomst blijft onverkort voortduren met veroordeling van de werkgever tot ziekmelding en loondoorbetaling.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer / rekestnummer: 12074874 \ AZ VERZ 26-11
Beschikking van 20 april 2026
in de zaak van
[verzoekende partij],
te [plaats 1] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekende partij] ,
gemachtigde: mr. A.A.M. Hoogveld,
tegen

1.[verwerende partij 1] V.O.F.,

te [plaats 2] ,
2.
[verwerende partij 2],
te [plaats 3] ,
3.
[verwerende partij 3],
te [plaats 3] ,
verwerende partijen,
hierna samen te noemen: [verwerende partij 1] of verweerders,
gemachtigde: mr. M.A. Krak.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen 1 t/m 40
- het verweerschrift met bijlagen 1 en 2
- de mondelinge behandeling van 2 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en de spreekaantekeningen van mr. Hoogveld.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[verzoekende partij] , geboren [geboortedag] 1982, is sinds 10 oktober 2023 in dienst bij [verwerende partij 1] De functie van [verzoekende partij] is Vouwmedewerker met een loon van € 1.820,00 bruto per maand, exclusief 8,33% vakantietoeslag en 5,33% eindejaarsuitkering.
2.2.
De CAO Textielverzorging (hierna: de CAO) is van toepassing.
2.3.
Omdat [verwerende partij 1] zeer tevreden is over het functioneren van [verzoekende partij] verlengt zij de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot 10 oktober 2026. [1]
2.4.
[verwerende partij 1] vraagt [verzoekende partij] op enig moment in stemmen met de toepasselijkheid van een Personeelshandboek. [verzoekende partij] weigert daarmee in te stemmen.
2.5.
[verzoekende partij] stuurt op 1 december 2025 onderstaande e-mail aan [verwerende partij 1] :
“Dear [persoon 1] !
I received salary today but I don’t see payment for I extra day of October (your “accountant” is not good). I wrote letter about this after receiving salary in November but you ignored It. Why I have to remind you every time about this? I am not going to work 22 + 29 December till you pay for this day (cash is possible).”
(…)
‘And, please, I am not going play your crazy games — you will not bull me (like you did last week, for example, by bringing me overfilled boxes and demand to fold 9 overfilled boxes in 1 hour. it’s not possible. Maybe, you can, please, show me. And I want to know: why only me fold this hard boxes? Not [persoon 2] , [persoon 3] ?). Also, why I had to stand and fold clothes in big hole all day? Usually, after pause we switch, but not this Friday
Finally, I am a bad worker you can fire me.’
2.6.
Op 2 december 2025, tussen 8 uur in de ochtend en 12.07 in de middag, vindt per e-mail de volgende conversatie plaats tussen [verzoekende partij] en [verwerende partij 1] :
Bericht [verwerende partij 1]
Beste [verzoekende partij] ,
We betalen jou deze week uit waar je recht op hebt, ik zal overleggen met de accountant.
Verder leg ik jouw opmerking over de accountant voor aan onze bedrijfsjurist, evenals jouw
opmerking op woensdag 26 december tegen jouw direct [leidinggevende] dat je hem niet vertrouwt met betrekking tot de ondertekening van het personeelshandboek die jij als enige weigert te tekenen.
Deze zaken worden aangetekend in jouw personeelsdossier.
Voor wat betreft jouw opmerking over ontslag, we hebben geen reden om jou nu te ontslaan
maar je mag wat mij betreft jouw ontslag indienen met inachtneming van een kalendermaand.
Deze kalendermaand zie ik als december dus als jij zelf wil kan je vandaag je ontslag indienen, en werk je december uit. Je krijgt dan nog je opgebouwde vakantiedagen extra uitbetaald. Ik verneem graag van jou.
Bericht [verzoekende partij] :
Beste [persoon 4] ! Ja, ik wil ontslag nemen. Maak mij alsjeblieft niet bang met je advocaat. Ik ben niet bang voor jou of je advocaat
Bericht [verwerende partij 1]
Geachte mevrouw [verzoekende partij] ,
Mede namens de directie deel ik u mede, dat wij akkoord gaan met uw per heden ingediende
ontslag. Dit betekent dat deze maand ‘december 2025’ uw laatste maand is in dienst van [verwerende partij 1] .
Wij verzoeken u om uw bedrijfskleding op uw laatste werkdag woensdag 31 december na
werktijd in te leveren, zodat onze accountant de eindafrekening op kan maken.
Puur volgens de regels dien ik u te vragen of uw ontslag definitief is.
Mijn mededeling over onze accountant en bedrijfsjurist is niet om u bang te maken, maar
slechts een mededeling volgens de richtlijnen van het personeelshandboek die u als enige niet voor gelezen heeft ondertekent.
Ik hoop u hiermede voldoende te hebben geïnformeerd.
Bericht [verzoekende partij] :
Beste [persoon 4] , ja mijn beslissing is definitief. Hartelijk dank voor deze twee jaar maar verdere samenwerking is helaas niet mogelijk, Ik stuur het formulier terug.
Bericht [verwerende partij 1]
Dag [verzoekende partij] ,
Bedankt voorjouw bevestiging betreffende het ontslag. Voor de goede orde, wij bevestigen ook dat jij met volle inzet je werk zal verrichten op de werkplekken die daarvoor beschikbaar zijn.
Wij werken het netjes af, mocht je overigens nog eerder ontslag in willen dienen dan kan dat
uiteraard, omdat wij alleen met gemotiveerde werknemers kunnen en willen werken
Bericht [verzoekende partij] :
Ja, ik wil eerder ontslag nemen.
2.7.
Diezelfde dag deelt [verzoekende partij] [verwerende partij 1] per e-mail om 15:01 uur mee dat zij terugkomt op haar opzegging van de arbeidsovereenkomst en meldt zij zich ziek:
Goedemiddag [persoon 4] ,
Ik trek mijn ontslagbrief in omdat ik deze onder stress heb geschreven. Ik ben naar de dokter geweest en ben nu met ziekteverlof. Totdat ik weer helemaal beter ben, kan ik geen
beslissingen nemen. Ik wil graag dat je mij de komende tijd met rust laat.
2.8.
[verwerende partij 1] deelt [verzoekende partij] in een e-mail van 3 december 2025 echter mee vast te houden aan de opzegging:
Mevrouw [verzoekende partij] ,
Wij bevestigen hierbij dat uw ontslag rechtsgeldig is. U heeft op 2 december 2025 zowel
mondeling als per e-mail aangegeven uw arbeidsovereenkomst te willen beëindigen. Op ons
verzoek heeft u deze beslissing uitdrukkelijk bevestigd. Vervolgens bent u weggelopen tijdens uw werk, niet meer op het werk verschenen en heeft u per e-mail aangegeven per direct of eerder te willen stoppen.
Volgens de wet (artikel 6.671 BW) en de toepasselijke regels is een duidelijke en
ondubbelzinnig ontslagname door de werknemer bindend tenzij sprake is van wilsgebrek of
bijzondere omstandigheden. In uw geval is daarvan geen sprake gebleken. Als werkgever
mogen wij in beginsel vertrouwen op uw bevestigde verklaring en gedragingen.
Wij gaan er daarom van uit dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd per 31-12-2025. Mocht u hier anders over denken, vernemen wij dat graag gemotiveerd en onderbouwd.
2.9.
De gemachtigde van [verzoekende partij] deelt [verwerende partij 1] bij brief van 15 december 2025 mee dat de opzegging niet rechtsgeldig is. De gemachtigde van [verwerende partij 1] reageert daarop en deelt mee dat de arbeidsovereenkomst per 31 december 2025 wél rechtsgeldig is geëindigd.
2.10.
De arbeidsinspectie heeft naar aanleiding van klachten van werknemers van [verwerende partij 1] over uitbuiting, vernedering en discriminatie een onderzoek ingesteld.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
[verzoekende partij] verzoekt de kantonrechter, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
  • om een verklaring voor recht die er, in essentie, op neerkomt dat de opzegging van 2 december 2025 niet rechtsgeldig is en de arbeidsovereenkomst nog is blijven voortduren;
  • de opzegging van [verwerende partij 1] per 31 december 2025 te vernietigen (verzoek onder II);
  • verweerders hoofdelijk te veroordelen [verzoekende partij] met ingang van 2 december 2025 ziek te melden op straffe van verbeurte van een dwangsom;
  • verweerders hoofdelijk te veroordelen tot loondoorbetaling overeenkomstig de CAO vanaf 1 januari 2026, met wettelijke verhoging en rente;
  • verweerders hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 2.177,28 bruto, zijnde toeslagen en eindejaarsuitkering, met wettelijke verhoging en rente en een bruto/netto specificatie;
  • verweerders hoofdelijk te veroordelen om een overzicht te verstrekken van de gewerkte (over)uren, opgebouwde verlofuren, een deugdelijke afrekening van het (achterstallige) loon, de vakantietoeslag, de eindejaarsuitkering op straffe van verbeurte van een dwangsom;
  • verweerders hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten.
3.2.
[verzoekende partij] legt aan haar verzoek ten grondslag dat zij op 2 december 2025 per direct ontslag heeft genomen in een emotionele opwelling. [verzoekende partij] stelt dat zij al langere tijd onder zware druk van haar werkgever stond. Zo werd zij in de week voor de ontslagname door [leidinggevende] , zoon van de vennoten, uitgescholden, bedreigd met arbeidsrechtelijke sancties en voor straf belast met extra zwaar werk, waardoor zij pijnklachten heeft ontwikkeld. De opzegging is volgens [verzoekende partij] nietig/vernietigbaar. [verwerende partij 1] had [verzoekende partij] behoren te waarschuwen voor de consequenties van een opzegging. Verder stelt [verzoekende partij] dat [verwerende partij 1] ook zelf de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd per 31 december 2025. Dit blijkt volgens [verzoekende partij] uit de e-mails van 2 (van 8:52 uur) en 3 december 2025 van [verwerende partij 1] aan [verzoekende partij] als ook uit de salarisstrook over de maand december 2025.
3.3.
Het standpunt van [verwerende partij 1] bespreekt de kantonrechter hierna onder ‘beoordeling’.

4.De beoordeling

4.1.
[verwerende partij 1] heeft in haar verweerschrift betwist dat sprake is van een niet rechtsgeldige opzegging door [verzoekende partij] . [verwerende partij 1] mocht, gelet op de duidelijke en ondubbelzinnige verklaringen en gedragingen van [verzoekende partij] , in beginsel vertrouwen op de rechtsgeldigheid van de opzegging.
4.2.
Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad moet in het geval van een vrijwillige beëindiging van de arbeidsovereenkomst door de werknemer sprake zijn van een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring van de werknemer. Onder omstandigheden kan de werkgever een onderzoeksplicht hebben ten aanzien van de vraag of de wil van de werknemer daadwerkelijk op beëindiging van de arbeidsovereenkomst was gericht. [2] In verband met de ernstige gevolgen van een vrijwillige beëindiging zal de werkgever niet spoedig mogen aannemen dat een verklaring van de werknemer is gericht op vrijwillige beëindiging van de dienstbetrekking. [3]
4.3.
De kantonrechter is van oordeel dat op zichzelf sprake is van een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring van [verzoekende partij] die inhoudt dat zij haar arbeidsovereenkomst per direct wenst op te zeggen. In de e-mail van 8.15 uur gebruikt zij de woorden: “Ja, ik wil ontslag nemen”. In de e-mail van 9.02 uur bericht zij dat haar beslissing definitief is en om 12.07 uur deelt zij mee eerder ontslag te willen nemen.
4.4.
Desondanks mocht [verwerende partij 1] er niet vanuit gaan dat [verzoekende partij] op dat moment daadwerkelijk de wil had om haar arbeidsovereenkomst op te zeggen. Het was immers bepaald niet koek en ei tussen [verzoekende partij] en [verwerende partij 1] , zoals volgt uit het de e-mail van [verzoekende partij] van 1 december 2025 en de reactie daarop van [verwerende partij 1] : [verzoekende partij] klaagt erover nog loon tegoed te hebben en dat zij te zwaar werk toebedeeld krijgt, waarop [verwerende partij 1] , onder andere, reageert met de opmerking dat er een aantekening in het personeelsdossier zal worden gemaakt en dat [verzoekende partij] ontslag mag nemen, als ze dat wenst. Verder deelt [verwerende partij 1] mee dat de opmerkingen van [verzoekende partij] over de bedrijfsaccountant en [leidinggevende] voor worden gelegd aan de bedrijfsjurist en benadrukt zij nog dat [verzoekende partij] als enige weigert akkoord te gaan met het Personeelshandboek. Van de door [verwerende partij 1] gebruikte bewoordingen gaat een zekere druk uit.
4.5.
Het moge zo zijn dat vertaalprogramma’s een hulpmiddel zijn in de communicatie, zoals [verwerende partij 1] heeft aangevoerd, feit is dat [verzoekende partij] de Nederlandse taal niet machtig is, laat staan dat zij de gevolgen van haar besluit op dat moment kon overzien. Daar doet de beschikbaarheid van allerlei technische vertaalhulpmiddelen niet aan af.
4.6.
[verzoekende partij] heeft tot slot voldoende aangetoond dat zij gebukt ging onder psychische klachten wegens ongerustheid over het welzijn van haar familie in Oekraïne.
Op 2 december 2025 heeft [verzoekende partij] de huisarts bezocht in verband met schouderklachten en nadien is zij bij de huisarts geweest in verband met dysthymieklachten. Naar de overtuiging van de kantonrechter zullen deze bestaande klachten van invloed zijn geweest, of in elk geval niet hebben bijgedragen aan weloverwogen handelen, op het moment dat zij kenbaar maakte zelf ontslag te willen nemen.
4.7.
Kortom, [verwerende partij 1] had deze werkneemster, gelet de bovengenoemde omstandigheden, ruimere tijd de gelegenheid moeten geven om na te denken over een mogelijke ontslagname, haar zeker niet mogen aansporen zelf ontslag te nemen, en [verzoekende partij] de gelegenheid moeten geven zich te laten voorlichten over of haar moeten waarschuwen voor de mogelijke nadelige gevolgen.
4.8.
De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de verklaring van [verzoekende partij] op
2 december 2025 om de arbeidsovereenkomst op te zeggen niet overeenkomstig haar wil was. Dit betekent dat geen opzegging van de arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen. Het gevolg is dat [verzoekende partij] onverkort in dienst is gebleven bij [verwerende partij 1] .
4.9.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [verwerende partij 1] erkend een fout te hebben gemaakt. [verwerende partij 1] heeft toegezegd dat [verzoekende partij] in dienst kan blijven, dat zij blij is dat [verzoekende partij] weer komt werken, maar [verwerende partij 1] verwacht niet dat [verzoekende partij] weer daadwerkelijk op de werkvloer zal verschijnen.
4.10.
De kantonrechter zal gelet op hetgeen zij heeft overwogen over de opzegging en de erkenning van [verwerende partij 1] dat de opzegging niet rechtsgeldig is, voor recht verklaren dat aan de opzegging van arbeidsovereenkomst door [verzoekende partij] geen rechtsgevolg toekomt en dat [verzoekende partij] op 2 december 2025 in dienst is gebleven.
4.11.
De kantonrechter deelt de visie van [verwerende partij 1] dat uit de e-mailcorrespondentie geen opzegging van [verwerende partij 1] kan worden afgeleid. Omdat het verzoek onder II strekt tot vernietiging van die opzegging, is er op dit punt in wezen geen verschil van inzicht. De verzochte verklaring voor recht onder II van het verzoek zal worden afgewezen.
4.12.
[verwerende partij 1] heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek om [verzoekende partij] met ingang van 2 december 2025 ziek te melden en de ziekmelding door te geven aan de Arbodienst. Dit verzoek zal daarom worden toegewezen. Ook heeft [verwerende partij 1] geen verweer gevoerd tegen dwangsom. De kantonrechter zal de hoogte van de dwangsom echter matigen, omdat een dwangsom van € 1.000,- per dag buitensporig is en bovendien aan een maximum verbinden, een en ander zoals is bepaald in de beslissing.
4.13.
[verwerende partij 1] heeft in haar verweerschrift nog geen inhoudelijk standpunt ingenomen over de loonvordering, maar aangekondigd nadere informatie aan te leveren. [verwerende partij 1] heeft geen nadere informatie meer overgelegd, maar tijdens de mondelinge behandeling toegezegd de vorderingen te zullen betalen. Dit betekent dat de loonvordering, vermeerderen met de maximale wettelijke verhoging en de rente zullen worden toegewezen zoals is bepaald in de beslissing. Datzelfde geldt voor de door [verzoekende partij] verzochte bruto/netto specificaties en de verlof- en overurenoverzichten.
4.14.
[verzoekende partij] heeft een uitvoerig betoog gehouden over de arbeidsomstandigheden zoals zij die heeft ervaren bij [verwerende partij 1] en ter onderbouwing van dit betoog een aantal verklaringen overgelegd van andere medewerkers. De kantonrechter heeft daarvan kennisgenomen. Ook zonder hetgeen [verzoekende partij] daarover heeft aangevoerd, was de kantonrechter tot hetzelfde oordeel gekomen. Het is niet nodig dat de kantonrechter daarom een inhoudelijk oordeel geeft over de arbeidsomstandigheden.
4.15.
De proceskosten komen voor rekening van [verwerende partij 1] , omdat [verwerende partij 1] ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verzoekende partij] worden begroot op € 1.102,00 (€ 93,00 aan griffierecht, € 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten).
4.16.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
verklaart recht dat aan de opzegging van arbeidsovereenkomst door [verzoekende partij] geen rechtsgevolg toekomt en dat [verzoekende partij] op 2 december 2025 in dienst is gebleven;
5.2.
veroordeelt verweerders hoofdelijk om [verzoekende partij] met ingang van 2 december 2025 ziek te melden en deze ziekmelding door te geven aan de bedrijfsarts of Arbodienst, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,- per dag dat verweerders daarmee in gebreke blijven, met een maximum van € 10.000,-;
5.3.
veroordeelt verweerders hoofdelijk tot betaling van het loon overeenkomstig de CAO, althans een loon van € 1.820,- bruto per maand, te vermeerderen met de overeenkomstig de CAO verschuldigde toeslagen, vanaf 1 januari 2026 tot de dag waarop de arbeidsovereenkomst zal zijn geëindigd, te vermeerderen met de maximale wettelijke verhoging en de wettelijke rente vanaf de overeengekomen maandelijkse betaaldatum tot de dag van betaling;
5.4.
verweerders hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 2.177,28 bruto, ter zake toeslagen voor werk op zaterdagen, zon- en feestdagen, alsmede de eindejaarsuitkering zoals bedoeld in de randnummers 45 en 46 van het verzoekschrift, te vermeerderen met de maximale wettelijke verhoging en de wettelijke rente vanaf de overeengekomen of uit de CAO voortvloeiende betaaldatum of data tot de dag van betaling, een en ander te voldoen binnen zeven dagen na deze beschikking, onder verstrekking van een correcte bruto/netto specificatie;
5.5.
verweerders hoofdelijk te veroordelen tot verstrekking binnen zeven dagen na deze beschikking, van een correct overzicht van gewerkte overuren en opgebouwde verlofuren, alsmede een deugdelijke afrekening van het achterstallig loon, de vakantietoeslag, de eindejaarsuitkering, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,- per dag dat verweerders daarmee in gebreke blijven, met een maximum van € 10.000,-;
5.6.
veroordeelt verweerders hoofdelijk in de proceskosten van € 1.102,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;
5.7.
veroordeelt verweerders hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
5.8.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad [4] ;
5.9.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. Otto en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2026.

Voetnoten

1.Brief van [verwerende partij 1] aan [verzoekende partij] van 1 september 2024.
2.Conclusie A-G voor HR 26 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2023:776.
3.HR 10 juni 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS8387.
4.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.