ECLI:NL:RBLIM:2026:7034
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij afwijzing bijstandsuitkering wegens niet hoofdverblijf op inschrijfadres
Verzoekster had een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet, maar het college weigerde haar aanvraag omdat zij niet aannemelijk maakte dat zij haar hoofdverblijf had op het opgegeven inschrijfadres. Na een uitgebreid onderzoek, waaronder meer dan 90 waarnemingen, huisbezoeken en controle van diverse gegevens, concludeerde het college dat verzoekster niet op het inschrijfadres verbleef.
Verzoekster voerde aan dat zij wel in de woning verbleef en gaf verklaringen over haar afwezigheid bij huisbezoeken vanwege psychische klachten. De voorzieningenrechter vond deze verklaringen onvoldoende en stelde vast dat de waarnemingen proportioneel en subsidiar waren, waardoor de inbreuk op haar privacy gerechtvaardigd was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster de inlichtingenplicht had geschonden door het niet melden van haar werkelijke hoofdverblijf en dat het college het recht op bijstand terecht had afgewezen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. De uitspraak bindt niet in een eventueel bodemgeding en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar hoofdverblijf had op het inschrijfadres.