Uitspraak
18 4268 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het college trok deze in omdat zij en X vanaf 1 januari 2017 een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden. De sociale recherche voerde een onderzoek uit met dossieronderzoek, waarnemingen en verklaringen van appellante en X.
De Raad oordeelde dat de verklaringen van appellante en X, ondersteund door waarnemingen waaronder het frequent aanwezig zijn van X op het adres van appellante, voldoende bewijs vormen voor het voeren van een gezamenlijke huishouding. De door appellante aangevoerde bezwaren tegen de wijze van verklaringen afnemen werden verworpen omdat de verklaringen gedetailleerd en consistent waren en de tolken goed werden verstaan.
Omdat er sprake was van een gezamenlijke huishouding en appellante dit niet had gemeld, was zij geen zelfstandig bijstandgerechtigde meer en had het college terecht de bijstand ingetrokken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.