ECLI:NL:RBMAA:2008:BC5090
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.E. Bakker
- P.M. van den Brekel
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WWB-uitkering wegens niet-indienen periodieke verklaring en vakantietermijn
Eiseres ontving een WWB-uitkering die per 1 oktober 2006 werd beëindigd omdat zij de periodieke verklaring over die maand niet had ingediend. Verweerder herzag dit besluit en beëindigde de uitkering per 22 december 2006, na afloop van de toegestane vakantietermijn. Eiseres betoogde dat zij ten onrechte niet voor de periode 22 december 2006 tot en met 22 januari 2007 in aanmerking kwam voor bijstand.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van 23 maart 2007, dat de uitkering beëindigde per 22 december 2006, een nieuw primair besluit was en dat het beroep daartegen niet-ontvankelijk was omdat geen bezwaar was gemaakt. Daarnaast werd geoordeeld dat eiseres geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die het niet tijdig indienen van een nieuwe aanvraag konden rechtvaardigen. Haar verblijf in het buitenland was een risico dat voor haar rekening kwam.
Het beroep tegen het besluit van 16 mei 2007, waarin het verzoek om bijstand over de periode van 1 oktober 2006 tot en met 22 januari 2007 werd afgewezen, werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dat bijstand niet kan worden verleend over een periode voorafgaand aan de datum van aanvraag, behoudens bijzondere omstandigheden die hier niet waren aangetoond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 23 maart 2007 is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van 16 mei 2007 ongegrond.