ECLI:NL:CRVB:2006:AV7791
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling heroverweging en primaire besluiten bij beëindiging bijstandsuitkering
Appellante ontving bijstand sinds 1983, laatstelijk op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Na een onderzoek naar vermeende samenwoning met een betrokkene werd haar bijstand per 28 oktober 1998 beëindigd en over de periode daarvoor teruggevorderd. De rechtbank vernietigde deze besluiten omdat niet was komen vast te staan dat sprake was van een gezamenlijke huishouding.
Gedaagde nam vervolgens een besluit op bezwaar waarbij de uitkering werd beëindigd per 1 februari 1999, gebaseerd op een andere feitelijke en juridische grondslag. De Raad oordeelde dat dit besluit niet het resultaat was van een heroverweging van het eerdere besluit, maar een primair besluit betreft. Dit besluit was niet bestreden door bezwaar, waardoor de rechtbank het beroep ten onrechte niet als bezwaar heeft doorgezonden.
De brief van appellante waarin zij haar uitkering opzegt per 1 februari 1999 werd door gedaagde onjuist geïnterpreteerd als een verzoek tot beëindiging, terwijl de uitkering toen al was beëindigd. Tevens was appellante in die periode psychisch belast, wat de betekenis van de brief beïnvloedt.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en zendt het beroep tegen het besluit van 21 oktober 2003 door als bezwaar. Tevens veroordeelt de Raad gedaagde tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 21 oktober 2003 wordt doorgezonden als bezwaar en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.