ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ7990
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- K.J. Veenstra
- M. Ramsaroep
- H. Gorter
- Rechtspraak.nl
Vaststelling recht op verblijf op grond van artikel 56 VWEU voor gezinslid van Nederlandse Unieburger
Eiseres, een Braziliaanse onderdaan, verzocht om verblijf bij haar Nederlandse echtgenoot die grensoverschrijdende werkzaamheden in België verricht. De Minister voor Immigratie en Asiel wees haar aanvraag af, stellende dat zij geen rechtmatig verblijf op grond van de Vreemdelingenwet 2000 had. De rechtbank overwoog dat volgens jurisprudentie van het Hof van Justitie EU-artikel 20 en Pro 56 VWEU rechtstreeks verblijfsrechten kunnen toekennen aan gezinsleden van Unieburgers, ook als zij zelf geen Unieburger zijn.
De rechtbank verwierp het standpunt van verweerder dat toetsing aan artikel 56 VWEU Pro niet aan de orde was bij de aanvraag en oordeelde dat verweerder dit recht had moeten toetsen. De rechtbank stelde dat het recht op verblijf op grond van het Unierecht declaratoir is en dat een vreemdeling niet verplicht kan worden een reguliere aanvraag in te dienen die alleen nationaal recht toetst.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met het motiveringsvereiste van artikel 7:12 Awb Pro en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij het verblijfsrecht op grond van artikel 56 VWEU wordt getoetst.