ECLI:NL:RBMNE:2014:5267
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Officier van justitie niet-ontvankelijk wegens overschrijding redelijke termijn en gebrekkig dossier in ontnemingszaak
De zaak betreft een vordering ex artikel 36e Wetboek van Strafrecht door de officier van justitie tegen de veroordeelde. De verdediging stelde dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege overschrijding van de redelijke termijn, waardoor materieel nadeel ontstond. Dit werd versterkt doordat een medeveroordeelde was overleden en niet kon worden gehoord over een substantieel deel van de vordering.
De officier van justitie voerde aan dat de jurisprudentie over redelijke termijn niet van toepassing is op ontnemingsvorderingen en dat er geen nadeel was ontstaan. De rechtbank constateerde echter dat de behandeling sinds mei 2008 was geschorst en dat het openbaar ministerie geen volledig dossier had aangeleverd, ondanks herhaalde verzoeken.
De rechtbank oordeelde dat het openbaar ministerie onvoldoende had toegelicht waarom het dossier onvolledig was en dat het tijdsverloop de mogelijkheden tot een adequate verdediging had beperkt. Daarom verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de redelijke termijn en het ontbreken van een volledig dossier.