De rechtbank Midden-Nederland behandelde het beroep van eiseres tegen de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van een kantoorcomplex in Hilversum voor het belastingjaar 2012. Verweerder had de waarde vastgesteld op €55.058.000 per 1 januari 2011 en deze als grondslag gebruikt voor de aanslag onroerendezaakbelasting. Eiseres voerde aan dat de waarde te hoog was en dat de 241 parkeerplaatsen op eigen terrein niet tot het object behoorden.
De rechtbank stelde vast dat de parkeerplaatsen inderdaad niet tot het object behoren en paste de objectafbakening aan, waardoor de waarde werd verlaagd met €1.353.500. De gehanteerde waarderingsmethode, de huurwaardekapitalisatiemethode (HWK), werd door de rechtbank aanvaard. Partijen waren het eens over de huurwaarde, maar verschilden over de kapitalisatiefactor. Verweerder gebruikte zowel een top-down als een bottom-up methode, waarbij de rechtbank meer waarde hechtte aan de top-down methode.
Eiseres betwistte de gehanteerde referentieobjecten en de kapitalisatiefactor, maar de rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat de referenties bruikbaar waren en dat de kapitalisatiefactor niet te hoog was vastgesteld. De argumenten van eiseres over correctief onderhoud, leegstand en incentives werden door de rechtbank niet gevolgd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.