De rechtbank Midden-Nederland heeft op 7 december 2015 uitspraak gedaan in de zaak tegen een rechtspersoon die betrokken was bij het witwassen van ruim €3,8 miljoen via obligatiefondsen gericht op Duits vastgoed. De verdachte werd gezien als medepleger van gewoontewitwassen, waarbij beleggers door valse voorwendselen werden bewogen te investeren. De gelden werden via een stichting en exploitatiemaatschappij gebruikt voor vastgoed aankopen in Duitsland.
De rechtbank sprak verdachte vrij van witwassen van een specifiek vastgoedobject dat nooit eigendom was geweest van verdachte. Het bewijs toonde aan dat verdachte deel uitmaakte van een structuur die de gelden uit oplichting witwaste, waarbij het geld werd omgezet en gebruikt voor privéonttrekkingen en vastgoedtransacties. De rechtbank sloot aan bij eerdere jurisprudentie over witwassen en gewoontewitwassen.
Hoewel het bewezen feit de oplegging van straf rechtvaardigt, werd geen boete opgelegd vanwege het faillissement van de verdachte rechtspersoon, om zo de belangen van gedupeerde beleggers niet te schaden. De rechtbank verklaarde verdachte schuldig zonder strafoplegging. De zaak benadrukt de ernst van witwassen en de ontwrichtende werking ervan op de economie.