De rechtbank Midden-Nederland heeft op 7 december 2015 een rechtspersoon veroordeeld voor medeplegen van gewoontewitwassen in de periode van 10 april 2012 tot en met 21 januari 2014. Het witwassen betrof een totaalbedrag van €238.821,-- dat afkomstig was uit oplichting met obligatiefondsen gericht op Duits vastgoed. De verdachte maakte deel uit van een structuur waarbij beleggers werden misleid om geld in te leggen dat vervolgens via diverse rekeningen werd overgeboekt en gebruikt.
Het bewijs toonde aan dat de gelden afkomstig waren uit oplichting en dat de verdachte deze gelden bewust heeft omgezet en overgedragen, waardoor de criminele herkomst werd verborgen. De rechtbank achtte het bewezen dat sprake was van gewoontewitwassen en dat de verdachte strafbaar was als medepleger. De rechtbank sprak de verdachte vrij van overige tenlasteleggingen.
Hoewel het bewezen feit een straf oplegt, werd geen straf of maatregel opgelegd vanwege het faillissement van de verdachte rechtspersoon. De rechtbank vond het opleggen van een geldboete niet passend omdat dit ten koste zou gaan van de boedel en daarmee de belangen van de gedupeerde beleggers zou schaden. De rechtbank volgde hiermee de eis van de officieren van justitie en sprak de verdachte schuldig zonder strafoplegging.