De rechtbank Midden-Nederland heeft op 7 december 2015 uitspraak gedaan in de zaak tegen een 66-jarige man uit Soest, die werd verdacht van medeplegen van gewoontewitwassen. De feiten betreffen het witwassen van een bedrag van € 2.493.026,- en de aankoop van vastgoed in Duitsland met gelden die afkomstig waren uit oplichting via obligatiefondsen.
De rechtbank oordeelde dat verdachte als onderdeel van een constructie beleggers door valse voorwendselen had bewogen om geld te investeren, dat via een stichting aan een exploitatiemaatschappij werd doorgegeven voor vastgoedtransacties. Het witwassen vond plaats in de periode van 1 juli 2012 tot en met 21 januari 2014. Verdachte heeft het geld omgezet en daarmee de criminele herkomst verborgen, wat de rechtbank kwalificeerde als gewoontewitwassen.
Hoewel de feiten bewezen zijn verklaard en strafbaarheid is vastgesteld, heeft de rechtbank geen straf opgelegd vanwege het faillissement van de verdachte rechtspersoon. De rechtbank vond het opleggen van een geldboete niet passend omdat dit ten koste zou gaan van de boedel en daarmee de gedupeerden zou benadelen. De rechtbank volgde daarmee de eis van de officier van justitie en sprak verdachte schuldig zonder strafoplegging.