De rechtbank Midden-Nederland heeft op 7 december 2015 uitspraak gedaan in de zaak tegen een rechtspersoon die betrokken was bij het witwassen van geldbedragen afkomstig uit oplichting met obligatiefondsen gericht op Duits vastgoed.
De verdachte was bestuurder van een obligatiefondsstructuur waarbij beleggers via valse voorwendselen werden bewogen geld te investeren. Dit geld werd via een stichting vrijgegeven aan exploitatiemaatschappijen die vastgoed aankochten. De rechtbank oordeelde dat de verdachte medepleger was van oplichting en gewoontewitwassen van in totaal €5.220.311,00 in de periode van juni 2010 tot januari 2014.
Hoewel de strafbaarheid werd vastgesteld, werd geen straf opgelegd vanwege het faillissement van de verdachte rechtspersoon. De rechtbank vond het opleggen van een boete niet passend omdat dit ten koste zou gaan van de faillissementsboedel en daarmee de gedupeerde beleggers zou benadelen.
De rechtbank verklaarde de verdachte schuldig zonder strafoplegging en sprak haar vrij van overige tenlasteleggingen. De uitspraak benadrukt de ernstige bedreiging die witwassen vormt voor de integriteit van het financiële verkeer en de samenleving.