Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift
- het verweerschrift
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van de Rabobank
- de pleitnota van [verweerder] .
2.De feiten
Provisional Mid Year Review rating:
Rechtbank Midden-Nederland
De werknemer is sinds 1986 in dienst van de Rabobank als Senior Sales Manager. Gedurende de jaren 2010 tot en met 2012 waren zijn beoordelingen voldoende, maar in 2013 en 2014 werd een minder positieve beoordeling gegeven met kritiek op zijn houding, samenwerking en informatie delen. De werknemer betwistte deze beoordelingen en vroeg om concrete voorbeelden, die de werkgever niet kon onderbouwen.
Er ontstond een verstoorde arbeidsverhouding, waarbij de werknemer meerdere malen aandrong op open communicatie en voortzetting van gesprekken, terwijl de werkgever mediation stopzette. De Rabobank verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een verstoorde arbeidsverhouding, terwijl de werknemer dit betwistte en subsidiair een hoge vergoeding vorderde.
De kantonrechter oordeelde dat de verstoorde arbeidsverhouding vooral aan de werkgever te wijten is, omdat zij onvoldoende onderbouwing gaf voor de negatieve beoordelingen en onvoldoende heeft geprobeerd tot herplaatsing te komen. De ontbindingsgrond is daardoor niet gegeven. Ook het verzoek tot wedertewerkstelling werd afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.
De Rabobank werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige onderbouwing van disfunctioneren en het serieus onderzoeken van herplaatsingsmogelijkheden door de werkgever.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen omdat de verstoorde arbeidsverhouding vooral aan de werkgever te wijten is.