Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
3.De beoordeling
4.De beslissing
- wijst af het meer of anders verzochte;
- compenseert de proceskosten in die zin, dat partijen de eigen kosten dragen.
Rechtbank Midden-Nederland
De werkgever, Stichting Warande, verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer die sinds 11 december 2014 zonder opgave van reden niet meer op het werk is verschenen en met wie geen contact mogelijk is. Ondanks pogingen tot contact, waaronder deurwaardersexploot en navraag bij familie, blijft de werknemer onvindbaar en is hij als vermist opgegeven.
De kantonrechter onderzoekt of de arbeidsovereenkomst kan worden ontbonden op de e-grond (verwijtbaar handelen of nalaten), maar kan geen verwijt aan de werknemer vaststellen vanwege gebrek aan informatie over zijn situatie. De ontbinding wordt daarom niet op deze grond toegewezen.
Wel wordt de ontbinding op de h-grond van artikel 7:669 lid 3 BW Pro uitgesproken, een restgrond voor bijzondere omstandigheden die het voortzetten van de arbeidsovereenkomst onredelijk maken. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 februari 2016, rekening houdend met de opzegtermijn en de periode van het verzoek.
De werkgever krijgt geen gelijk in haar verzoek om geen transitievergoeding te hoeven betalen, omdat niet vaststaat dat de werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 februari 2016 op de h-grond, zonder uitsluiting van transitievergoeding.