Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
onherstelbaarvormverzuim, is in dit concrete geval niet gebleken dat verdachte in zijn belangen is geschaad nu de gehoorde getuigen, zoals ook de verdediging stelt, de lezing van verdachte bevestigen. Hieruit volgt dat het verweer moet worden verworpen.
4.Waardering van de bewijsmiddelen
“terwijl in werkelijkheid het terug te betalen bedrag op de geldlening lager was”.
“in werkelijkheid het terug te betalen bedrag op de geldlening lager was”,in plaats van bijvoorbeeld “terwijl in werkelijkheid geen sprake was van een geldlening”.
op die betreffende processen-verbaal betrekking hebbendefeiten en omstandigheden, aan de betrouwbaarheid van die processen-verbaal zou moeten worden getwijfeld. De wijze waarop verbalisant [verbalisant 1] de verklaringen van de getuige [getuige 3] heeft geverbaliseerd kan weliswaar aanleiding zijn om de overige door hem opgestelde processen-verbaal met de nodige behoedzaamheid te beoordelen, maar zonder nadere, op de concrete processen-verbaal toegesneden feiten en omstandigheden, is dit onvoldoende grond om alle processen-verbaal van verbalisant [verbalisant 1] uit te sluiten van het bewijs.
- [adres] te [plaats];
- [adres] te [plaats];
- [adres] te [plaats];
- [adres] te [plaats];
- [adres] te [plaats].
- op 16 februari 2011 een bedrag van € 28.459,81 van tegenrekening [rekeningnummer];
- op 1 maart 2011 een bedrag van € 160.323,62 onder vermelding van “[()]”.
- op 17 mei 2010 een bedrag van € 20.000,-- onder vermelding van “Not [()] derdengelden na koop [adres] te [woonplaats]”;
- op 16 februari 2011 een bedrag van € 28.459,81 onder vermelding van “[()]”;
- op 2 maart 2011 een bedrag van € 116.177,62 onder vermelding van “[()]”;
- op 2 maart 2011 een bedrag van € 15.500,-- naar tegenrekening [rekeningnummer] onder vermelding van “[verdachte]”;
- op 12 mei 2011 een bedrag van € 10.000,-- naar tegenrekening [rekeningnummer] onder vermelding van “[()]”.
- op 9 februari 2009 naar bankrekening [rekeningnummer] ten name van [()] notarissen drie bedragen van elk € 10.000,-- met als omschrijving ‘[()]/[medeverdachte 7]’;
- op 15 september 2010 naar bankrekening [rekeningnummer] ten name van [()] notarissen bedrag van € 45.000,-- zonder nadere omschrijving.
legalecontante inkomsten uit onroerend goed-transacties, verdachte als zakenman en handelaar in onroerend goed deze gelden niet op zijn eigen bankrekening stort of laat storten, maar dat hij dit in contanten afdraagt aan een derde met de opdracht om dit geld op diens rekening te storten en vervolgens over te boeken naar de rekening van een derde. De rechtbank gaat dan ook aan de verklaringen van verdachte en [medeverdachte 7] voorbij. Bij die stand van zaken is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de geldbedragen middellijk of onmiddellijk uit enig misdrijf afkomstig zijn.
5.Bewezenverklaring
6.Strafbaarheid van de feiten
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
- verdachte 4,5 maanden in voorarrest heeft verbleven en deze periode als uiterst zwaar heeft ervaren;
- verdachte in ernstige mate gebukt is gegaan onder de strafrechtelijke verdenking;
- verdachte zijn succesvolle onderneming heeft moeten staken;
- de SNS Bank een tweetal lopende hypotheken heeft opgezegd en de uitstaande bedragen heeft opgeëist;
- verdachte dient te worden aangemerkt als
- de aangekondigde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ook een sanctie is in het licht van de wet;
- de verdenkingen al van enige tijd terug dateren en verdachte niet langer op de woningmarkt actief is;
- de behandeling van de strafzaak niet heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
financieel adviseur / hypotheekadviseur’ op zijn plaats. De rechtbank acht oplegging van deze bijkomende straf noodzakelijk nu verdachte het in hem gestelde vertrouwen als financieel- en hypotheekadviseur in ernstige mate en kennelijk lichtvaardig heeft geschonden. De rechtbank heeft daarbij niet alleen rekening gehouden met de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten, maar ook met de aard van het beroep van
financieel adviseur / hypotheekadviseur, de omstandigheid dat het bewezen verklaarde heeft plaatsgevonden binnen de uitoefening van dit beroep en ten slotte de (aanzienlijke) kans dat bij een verdere uitoefening van dit beroep opnieuw soortgelijke feiten kunnen worden begaan. Dit geeft aanleiding het de verdachte voor de nabije toekomst onmogelijk te maken opnieuw een dergelijk beroep uit te oefenen.
9.Benadeelde partijen
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van 3 jaren;
- vermeld op de nota van afrekening aan [benadeelde 1] “aflossen hypotheek: [verdachte] € 138.363,16” en/of
- vermeld op de nota van afrekening aan [benadeelde 2] “aflossen hypotheek: [verdachte] € 138.183,66 danwel € 138.337,37” en/of
- vermeld op de nota van afrekening aan [benadeelde 3] “aflossen hypotheek: de heer [verdachte] € 148.888,70”,