Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de stukken behorende tot het dossier in de strafzaak met parketnummer 07.662479-11;
- een Nadere conclusie van het openbaar ministerie van 1 april 2015, met als bijlagen:
- een Rapport aanvullende berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 1 april 2015, opgemaakt door [verbalisant] voornoemd (hierna te noemen: het rapport van 1 april 2015);
- een brief van [naam] gerechtsdeurwaarders van 29 oktober 2014, met bijlagen;
- een brief van 6 mei 2015 van mr. Kökbugur;
- een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] van 27 oktober 2015, opgemaakt door rechter-commissaris mr. E.M. de Stigter en griffier [griffier] ;
- brieven van mr. Kökbugur van 8 december 2015, met bijlagen, en 9 december 2015, met bijlagen;
- een e-mail van officier van justitie mr. E.E.G. Duijts van 10 december 2015, met bijlagen.
2.De beoordeling
vijfdelid) van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en dat de rechtbank aan [verdachte] de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van dit voordeel, geschat op een bedrag van € 200.425,--. Dit bedrag is berekend op basis van:
- [adres] te [woonplaats] in de periode mei 2009 tot en met maart 2012;
- [adres] te [woonplaats] in de periode november 2006 tot en met maart 2012;
- [adres] te [woonplaats] in de periode november 2006 tot en met maart 2012;
- de overwaarde van de woning aan de [adres] te [woonplaats] ;
- in mindering te brengen kosten.
medeplegen van valsheid in geschrift ter financiering en verkrijging van de hypothecaire lening voor de woning aan de [adres] te [woonplaats] ;
witwassen van de woning aan de [adres] te [woonplaats] en de aan deze woning verbonden hypothecaire geldlening;
gewoontewitwassen van de inkomsten uit verhuur van de woning aan de [adres] te [woonplaats] .
-- +
€ 4.000,-- à € 5.000,-- te hebben gemaakt voor de plaatsing van een dakkapel. Los van het feit dat het hier kosten betreffen die geen betrekking hebben op de periode waarin huurinkomsten zijn verkregen, zal de rechtbank deze kosten niet meenemen nu [verdachte] onvoldoende heeft onderbouwd dat deze kosten daadwerkelijk zijn gemaakt.
€ 122,--. Tevens blijkt uit een huurovereenkomst van 24 oktober 2011 (artikel 7) betreffende een van de kamers dat aan de huurder maandelijks een bedrag van € 150,-- in rekening werd gebracht als voorschot voor bijkomende kosten en voorzieningen, waaronder het gebruikersdeel van de gemeentelijke belastingen en elektra, gas en water. De rechtbank acht dan ook aannemelijk dat voornoemde lasten in de periode mei 2009 tot en met september 2013 (geheel) aan de huurders werden doorberekend en dat de doorberekende bedragen kostendekkend waren.
€ 519,40 +
€ 33.644,40 -/-
€ 11.940,16aan de Staat te voldoen.
€ 13.266,85 (dertienduizend tweehonderdzesenzestig euro en vijfentachtig cent)
€ 11.940,16 (elfduizend negenhonderdveertig euro en zestien cent;