Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de stukken behorende tot het dossier in de strafzaak met parketnummer 07.662622-11;
- een Nadere conclusie van het openbaar ministerie van 31 maart 2015;
- twee e-mails van het openbaar ministerie van 1 april 2015, waarbij de volgende stukken zijn overgelegd:
- een proces-verbaal Financiële analyse feitencomplex zaak 200, opgemaakt door [B] , medewerker opsporing Belastingdienst / FIOD kantoor Almelo, tijdelijk werkzaam bij Politie Flevoland, en gesloten op 19 september 2011;
- een proces-verbaal Financiële analyse feitencomplex zaak 203, opgemaakt door [B] voornoemd, en gesloten op 21 september 2011;
- een proces-verbaal Financiële analyse feitencomplex zaken 229.2 en 229.3, opgemaakt door [C] , medewerker opsporing Belastingdienst / FIOD kantoor Amsterdam , tijdelijk werkzaam bij Politie Flevoland, en gesloten op 15 oktober 2011;
- een cd-rom met de zaaksdossiers 200, 203, 229.2 en 229.3;
- een reactie van mr. J.G. Wattilete van 29 mei 2015;
- een aanvullende reactie van mr. J.G. Wattilete van 1 juni 2015.
2.De beoordeling
vijfdelid) van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en dat de rechtbank aan [veroordeelde] de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van dit voordeel, geschat op een bedrag van € 258.441,90. Dit bedrag is berekend op basis van uitgekeerde gelden uit bouwdepots welke onderdeel uitmaakten van de hypothecaire leningen betreffende de woningen aan de:
- [adres] te [woonplaats] ,
- [adres] te [woonplaats] ,
- [adres] te [woonplaats] ,
- [adres] te [woonplaats] en
- [adres] te [woonplaats] .
medeplegen van witwassen van de woningen aan de [adres] en de [adres] te [woonplaats] en de aan deze woningen verbonden hypothecaire geldleningen inclusief bouwdepots;
gewoontewitwassen van de inkomsten uit verhuur van de woning aan de [adres] te [woonplaats] ;
medeplegen van valsheid in geschrift ter financiering en verkrijging van hypothecaire geldleningen voor de woningen aan de [adres] en de [adres] te [woonplaats] .
€ 79.441,93.
€ 40.000,--.
€ 50.000,--.
€ 75.000,--.
- het restant van € 100,-- op rekening [rekeningnummer] ;
- € 2.000,-- op rekening [rekeningnummer] en
- € 13.900,-- op rekening [rekeningnummer] .
ookde beschikking had over het naar rekening [rekeningnummer] overgeboekte bedrag van € 28.000,--. In het rapport van 25 april 2012 is dit bedrag buiten beschouwing gelaten om de reden dat de bij de rekening [rekeningnummer] behorende bankpas niet bij [veroordeelde] is aangetroffen. De rechtbank is echter, zoals hiervoor is overwogen, van oordeel dat [veroordeelde] wél de beschikking had over rekening [rekeningnummer] , vanaf welke rekening het bedrag van € 28.000,-- is overgemaakt naar rekening [rekeningnummer] . Hieruit volgt dat hij tevens de beschikking had over de tegoeden op rekening [rekeningnummer] , waaronder de € 28.000,--. De rechtbank acht het dan ook aannemelijk dat dit bedrag van
€ 44.000,--.
- [adres] te [woonplaats] € 79.441,93
- [adres] te [woonplaats] € 40.000,--
- [adres] te [woonplaats] € 50.000,--
- [adres] te [woonplaats] € 75.000,--
- [adres] te [woonplaats]
€ 288.441,93.
€ 5.000,-- voldoende compensatie biedt. Daarbij is rekening gehouden met de specifiek voor ontnemingszaken geldende omstandigheden dat de afdoening van de zaak mede afhankelijk is van de termijn die met de behandeling van de strafzaak is gemoeid en dat na het wijzen van vonnis in de strafzaak op 16 februari 2015 de behandeling van de ontnemingsvordering voortvarend heeft plaatsgevonden.
€ 283.441,93(€ 288.441,93 minus € 5.000,--) aan de Staat te voldoen.
€ 288.441,93 (tweehonderdachtentachtigduizend vierhonderdeenenveertig euro en drieënnegentig cent);
€ 283.441,93 (tweehonderd drieëntachtigduizend vierhonderdeenenveertig euro en drieënnegentig cent);