ECLI:NL:RBMNE:2016:1130
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid kantonrechter bij ontbinding arbeidsovereenkomst en gewoonlijke arbeidsplaats
Capgemini Nederland B.V. verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder]. De procedure betrof een geschil over de relatieve bevoegdheid van de kantonrechter in een WWZ-ontbindingsprocedure. Capgemini stelde dat de kantonrechter te Utrecht bevoegd was omdat de werknemer laatstelijk in Utrecht werkte. [Verweerder] betwistte dit en stelde dat Amsterdam de plaats van gewoonlijke arbeid was.
De kantonrechter oordeelde dat de tijdelijke werkzaamheden in Utrecht verband hielden met re-integratie en niet leidden tot een wijziging van de gewoonlijke arbeidsplaats, die Amsterdam bleef. De eerdere stelling van [verweerder] dat hij gewoonlijk in Utrecht werkte werd als vergissing beschouwd en had geen betekenis voor de huidige bevoegdheidsvraag.
De kantonrechter verklaarde zich daarom onbevoegd en verwees de zaak naar de kantonrechter van de woonplaats van [verweerder]. Capgemini koos voor verwijzing naar de woonplaatskantonrechter, waardoor de kantonrechter van de gewoonlijke arbeidsplaats buiten toepassing bleef.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de kantonrechter van de woonplaats van de werknemer.