ECLI:NL:RBMNE:2016:1216
Rechtbank Midden-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Schorsing van concurrentiebeding in arbeidsovereenkomst wegens beperkte noodzaak en belangenafweging
De zaak betreft een kort geding over de schorsing van een concurrentiebeding tussen een werknemer en zijn voormalige werkgever GLS. De werknemer was van juli 2015 tot februari 2016 in dienst als Sales Representative Pakketshops en wilde na afloop van zijn contract terugkeren naar een concurrent, DHL. GLS weigerde hem van het concurrentiebeding te ontheffen, waarop de werknemer een voorlopige voorziening vorderde tot schorsing van het beding.
De kantonrechter oordeelt dat het concurrentiebeding op zichzelf geldig is en voldoet aan de wettelijke eisen van artikel 7:653 BW Pro. GLS heeft voldoende zwaarwegende bedrijfsbelangen gemotiveerd, waaronder toegang tot concurrentiegevoelige salesinformatie via een klantmanagementsysteem en deelname aan meetings met strategische inhoud.
De werknemer betoogt dat hij slechts beperkte kennis heeft opgedaan en geen tastbare informatie heeft opgeslagen. De kantonrechter acht dit aannemelijk en concludeert dat het concurrentiebeding daarom gedeeltelijk vernietigbaar is. De schorsing wordt vastgesteld vanaf 6 april 2016, waarbij de duur van het beding naar verwachting beperkt zal worden tot ongeveer twee maanden na het einde van het dienstverband.
De kosten van het geding worden ieder voor eigen rekening gelaten en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Het concurrentiebeding wordt gedeeltelijk geschorst vanaf 6 april 2016.