Verzoekster trad op 20 oktober 2014 in dienst bij Remind als Allround Office Medewerker. Sinds augustus 2015 was zij gedeeltelijk arbeidsongeschikt en vanaf eind september volledig arbeidsongeschikt. Remind ontdekte via een recherchebureau dat verzoekster tijdens ziekte werkzaamheden verrichtte voor haar eigen bedrijf, wat zij ontkende of beperkte. Op 16 oktober 2015 werd zij op staande voet ontslagen wegens deze werkzaamheden.
Verzoekster betwistte de dringende reden en stelde dat het ontslag niet onverwijld was gegeven. De kantonrechter oordeelde dat Remind weliswaar snel handelde, maar onvoldoende overleg voerde met verzoekster over de aard en omvang van de werkzaamheden. Hierdoor ontbrak een dringende reden voor ontslag op staande voet, dat daarom werd vernietigd.
Remind verzocht subsidiair ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsrelatie. De kantonrechter stelde vast dat de arbeidsverhouding ernstig was verstoord door het handelen van verzoekster, onder meer door onjuiste informatie en het niet melden van haar eigen bedrijf. Herplaatsing was niet reëel, zodat ontbinding per 1 april 2016 werd toegewezen.
Verzoekster kreeg recht op doorbetaling van haar loon vanaf de datum van het ontslag tot de ontbinding, met een gematigde wettelijke verhoging. Kosten van het recherchebureau werden niet aan verzoekster opgelegd. Verzoek tot wedertewerkstelling en andere vorderingen werden afgewezen. Beide partijen dragen eigen proceskosten.