Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift
- de aantekeningen van het verhandelde tijdens de mondelinge behandeling.
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
400,00(2 punten x tarief € 200,00)
Rechtbank Midden-Nederland
De werknemer trad op 1 juli 2015 in dienst bij de werkgever voor bepaalde tijd tot 31 december 2015. De arbeidsovereenkomst betrof een 32-urige werkweek en was onderworpen aan de CAO Kappers. Na het verstrijken van de termijn heeft de werkgever niet schriftelijk aan de werknemer medegedeeld of de overeenkomst werd voortgezet, noch is deze schriftelijk opgezegd. Hierdoor is de overeenkomst stilzwijgend verlengd voor dezelfde duur en voorwaarden tot 30 juni 2016.
De werknemer heeft in januari 2016 werkzaamheden verricht en zich op 12 januari 2016 ziek gemeld. De werkgever ontkende het dienstverband en weigerde loonbetaling. De werknemer vorderde loonbetaling tot 12 januari 2016, vakantiegeld, een vergoeding wegens schending van de aanzegverplichting en een vergoeding ex artikel 7:677 lid 4 BW Pro wegens onrechtmatige opzegging.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst stilzwijgend was verlengd en dat de werkgever daarom gehouden is tot loonbetaling en de vergoeding ex artikel 7:677 lid 4 BW Pro. De gevorderde vergoeding voor schending van de aanzegverplichting werd afgewezen om dubbele sancties te voorkomen. Tevens werd de werkgever veroordeeld tot afgifte van loonspecificaties en jaaropgaven en tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot loondoorbetaling en vergoeding ex artikel 7:677 lid 4 BW, maar vergoeding voor schending aanzegverplichting wordt afgewezen.