Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift
- het verweerschrift
- de pleitnota van Miele
- de mondelinge behandeling van 23 maart 2016, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt die in het dossier zijn gevoegd.
Rechtbank Midden-Nederland
De werknemer was sinds 15 juli 2013 ziek en viel uit. De werkgever bood passende, sterk aangepaste werkzaamheden aan, die door de bedrijfsarts en het UWV als passend werden beoordeeld. De werknemer verrichtte deze werkzaamheden slechts kort en staakte daarna het werk, ondanks een loonsanctie en schriftelijke aanmaningen.
De werkgever verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van onvoldoende medewerking aan re-integratie. De werknemer stelde zich op het standpunt niet in staat te zijn het werk te verrichten en bood zich pas na het ontbindingsverzoek weer beschikbaar, wat de kantonrechter niet als reëel beoordeelde.
De kantonrechter oordeelde dat het opzegverbod wegens ziekte niet van toepassing is omdat de werknemer zonder deugdelijke grond haar re-integratieverplichtingen niet nakomt. Er is sprake van verwijtbaar handelen, waardoor ontbinding gerechtvaardigd is. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 juni 2016 en de werkgever is een transitievergoeding verschuldigd. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 juni 2016 vanwege onvoldoende medewerking aan re-integratie en de werkgever is een transitievergoeding verschuldigd.