Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
binnende organisatie kenbaar heeft gemaakt naar personen
buitende organisatie.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een verzoek van [naam] Apotheken B.V. tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder], lid van de ondernemingsraad (OR). De werkgever stelde dat [verweerder] zijn geheimhoudingsplicht had geschonden door vertrouwelijke informatie over instemmingsaanvragen en interne mededelingen te delen met collega-apothekers. Daarnaast werd betoogd dat het ontbindingsverzoek geen verband hield met het opzegverbod voor OR-leden.
[Verweerder] voerde verweer dat de gedeelde informatie openbaar was en dat zijn communicatie vanuit zijn rol in de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD) was afgestemd. De kantonrechter oordeelde dat hoewel [verweerder] meer informatie had gedeeld dan gebruikelijk was, deze informatie niet kwalificeerde als zaken- of bedrijfsgeheimen en geen schending van artikel 20 WOR Pro opleverde.
Ook werd geoordeeld dat de gedragingen van [verweerder] niet in strijd waren met de algemene verplichting tot goed werknemerschap, omdat zijn communicatie samenhing met zijn OR-activiteiten en geen misstanden onthulde. Het opzegverbod voor OR-leden stond een ontbinding in de weg, omdat de gedragingen direct verband hielden met zijn OR-lidmaatschap en geen zwaarwegende redenen voor ontslag opleverden.
De kantonrechter concludeerde dat het ontbindingsverzoek onvoldoende was onderbouwd en wees het verzoek af. [Naam] werd veroordeeld in de proceskosten van [verweerder].
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van het OR-lid wordt afgewezen.