Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het strafdossier onder parketnummer 16/706094-14;
- het veroordelend vonnis van 10 maart 2016 waaruit blijkt dat veroordeelde door de meervoudige strafkamer in deze rechtbank is veroordeeld tot de in die uitspraak vermelde straf ter zake van (voor zover thans relevant):
- het rapport financieel onderzoek van 7 juli 2015;
- de conclusie van eis van het openbaar ministerie van 19 april 2016;
- de conclusie van antwoord van de raadsman van 2 juni 2016;
- de conclusie van repliek van het openbaar ministerie van 30 juni 2016;
- de conclusie van dupliek van de raadsman van 11 juli 2016;
- de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting en de overige stukken in het dossier.
2.Het wederrechtelijk verkregen voordeel
- hennepkwekerij Hilversum II, op grond van de veroordeling in de strafzaak;
- hennepkwekerijen Hilversum I en Utrecht, nu er voldoende aanwijzingen bestaan voor de betrokkenheid van veroordeelde bij deze hennepkwekerijen.
(de rechtbank begrijpt: het moment waarop na de opbouwperiode kon worden begonnen met de hennepteelt)tot 3 februari 2015 omvat 18 weken. [5]
- niet uit te sluiten is dat er nog anderen dan de thans bekende veroordeelden delen in de netto opbrengst van de hennepkwekerijen;
- op grond van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter zitting is aannemelijk dat [A] een leidinggevende rol binnen de criminele organisatie heeft vervuld. Vanwege deze leidinggevende rol wordt [A] beschouwd als investeerder in de hennepkwekerijen. Het is om die reden ook aannemelijk dat [A] uit elke hennepkwekerij voordeel heeft genoten. De rechtbank schat dit voordeel op 30% van de netto opbrengst van elke hennepkwekerij;
- gelet op de gebleken andere rol die veroordeelde binnen de organisatie heeft ingenomen, schat de rechtbank het voordeel dat veroordeelde per hennepkwekerij heeft genoten op 15% van de netto opbrengst per oogst van de hennepkwekerij Hilversum II.
€ 14.617,99.
€ 14.617,99aan de Staat te voldoen.