Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
Het algemeen bestuur bestaat uit tenminste vijf personen en wordt voor de eerste maal bij deze akte benoemd.(…)
Het lidmaatschap van het bestuur eindigt:
Rechtbank Midden-Nederland
De werknemer trad op 1 februari 2015 in dienst bij de stichting als (meewerkend) bedrijfsleider. De stichting heeft een bestuur waarvan de leden voor een periode van drie jaar worden benoemd, met een maximale herbenoeming van één keer. De benoemingstermijn van de toenmalige bestuurder [A] was reeds verlopen, waardoor hij geen bevoegd bestuurder meer was. Desondanks bleef hij zich als bestuurder gedragen en nam besluiten, waaronder het ontslag op staande voet van de werknemer.
De kantonrechter oordeelt dat het ontslagbesluit niet rechtsgeldig is omdat het niet door een bevoegd bestuurder is genomen. Ook de benoeming van nieuwe bestuurders door [A] is nietig, waardoor de stichting geen rechtsgeldig bestuur heeft. De kantonrechter verklaart het verzoek van de stichting tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet-ontvankelijk omdat de indieners niet bevoegd waren.
Het verzoek van de werknemer tot toelating tot de werkvloer wordt toegewezen, maar de dwangsom wordt afgewezen omdat verwacht wordt dat de werkgever in goed overleg zal meewerken. De stichting blijft verplicht het loon door te betalen. De werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten van beide procedures. De wettelijke rente over proceskosten wordt eveneens toegewezen.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is nietig verklaard en de werknemer wordt toegelaten tot de werkvloer.