Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 18 mei 2018 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
[derde-partij] ( [afkorting van derde-partij] ), te [vestigingsplaats] .
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een beroep van eiser tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort om een omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van zes lichtmasten rondom een voetbalveld. Eiser woont nabij het perceel en vreest voor licht- en geluidhinder. De rechtbank toetst of het bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan en of de vergunning terecht is verleend.
De rechtbank stelt vast dat het lichthinderonderzoek, hoewel opgesteld door de leverancier, betrouwbaar is en dat de lichtbelasting op de woning van eiser binnen de geldende normen blijft. Ook is vastgesteld dat de verstoring van vleermuizen niet onevenredig is en dat verweerder aan zijn onderzoeksverplichtingen heeft voldaan. Echter is niet gebleken dat verweerder heeft onderzocht of nadere eisen aan de lichtmasten gesteld moeten worden om lichthinder voor eiser te beperken.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel en geeft verweerder de gelegenheid om binnen zes weken het gebrek te herstellen door aanvullende motivering over mogelijke nadere eisen. Tot die tijd wordt iedere verdere beslissing aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en geeft het college zes weken om het gebrek in de motivering over nadere eisen ter voorkoming van lichthinder te herstellen.