Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 juni 2018 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
De rechtbank stelt vast dat verweerder zich blijkens de brief van 7 december 2017 impliciet op het standpunt heeft gesteld dat de belangenafweging in het nadeel van eiseres uitvalt, omdat aan eiseres in het besluit van 25 mei 2016 niet een te lage indicatie is toegekend.
De rechtbank zal daarom met in achtneming van de uitspraak van de CRvB van 18 mei 2016 aansluiting zoeken bij die eerdere, niet in geschil zijnde, indicatie die eiseres op grond van het besluit van 10 mei 2011 had. Daarvan uitgaande bepaalt de rechtbank dat eiseres vanaf de dag nadat een afschrift van deze uitspraak aan partijen is verzonden tot en met uiterlijk 17 juli 2021 (de einddatum van haar huidige indicatie) in aanmerking komt voor huishoudelijke hulp met een omvang van 6 uur per week.