ECLI:NL:RBMNE:2018:299
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen boete wegens schending inlichtingenplicht Participatiewet
Eiser kreeg een boete van €140 opgelegd wegens het niet tijdig melden van inkomsten, een schending van de inlichtingenplicht volgens artikel 17 van Pro de Participatiewet. Verweerder handhaafde deze boete na bezwaar. Eiser stelde beroep in tegen het bestreden besluit, met name gericht op de draagkracht en wijze van invordering.
De rechtbank constateerde dat eiser de inlichtingenplicht heeft geschonden en dat de boete correct is vastgesteld op 50% van het benadelingsbedrag. Eiser trok zijn bezwaren tegen de berekening en verwijtbaarheid in, waardoor alleen de draagkracht in geschil bleef. Eiser voerde aan dat de draagkracht onjuist was vastgesteld, mede vanwege een belastingschuld en de invordering in drie termijnen die onder het bijstandsniveau bracht.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de draagkracht conform vaste rechtspraak had vastgesteld, uitgaande van een fictieve draagkracht van 10% van de toepasselijke bijstandsnorm. Het feit dat eiser ook andere schulden heeft, leidt niet tot matiging. De wijze van invordering vloeit niet voort uit het bestreden besluit en eiser had daartegen afzonderlijk bezwaar kunnen maken. Het beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens schending van de inlichtingenplicht wordt ongegrond verklaard.