Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het tegenverzoek
5.De beoordeling
Daarnaast had [verweerster] geen bedrag van € 4.050,00 bruto mogen inhouden, zodat zij dit bedrag ook alsnog is verschuldigd, evenals de wettelijke verhoging over dit bedrag en over het vakantiegeld dat inmiddels wel is betaald maar te laat. Toewijsbaar is daarom het bedrag van € 10.378,33 bruto.
De kantonrechter is van oordeel dat [verzoeker] verwijtbaar heeft gehandeld, maar in dit geval zijn de gedragingen onvoldoende om uit te gaan van ernstige verwijtbaarheid in de zin van voornoemde bepaling. De hoogte van de verzochte transitievergoeding is niet betwist. De transitievergoeding zal daarom worden toegewezen, evenals de hierover gevorderde wettelijke rente die op basis van artikel 7:686a lid 1 BW verschuldigd is vanaf 28 oktober 2017.
600,00