Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 13 augustus 2018 in de zaak tussen
JVH Gaming B.V. en [eiseres 2] B.V., te [vestigingsplaats] , eisers
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leusden, verweerder
Hotel Gaming B.V., te Tilburg, (gemachtigde: mr. M.I. Robichon-Lindenkamp).
Procesverloop
Overwegingen
Eisers voeren in de zienswijze aan dat de motivering van het herstelbesluit nagenoeg geheel overeenkomt met de motivering die verweerder in het bestreden besluit al had gegeven en die door de rechtbank in de tussenuitspraak onvoldoende is geoordeeld.
Naar het oordeel van de rechtbank hebben eisers terecht deze conclusie getrokken. De door de burgemeester gegeven aanvullende motivering komt in essentie overeen met de eerder gegeven motivering die door de rechtbank onvoldoende draagkrachtig is bevonden. Naar het oordeel van de rechtbank bevat de vierde alinea geen bedrijfs- of fabricagegegevens, zoals bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder c, van de Wob. Ook valt niet in te zien welke concurrentiegevoelige informatie deze passage bevat, waarop een andere gegadigde bij een volgende inschrijving zijn eigen inschrijving kan afstemmen en daarmee de concurrentiepositie van derde-partij kan aantasten. De burgemeester heeft dit gebrek dus niet hersteld.
Voor de alinea’s 9.4, 9.5, 9.6, 9.7.1, 9.8.1, 9.8.2, 9.8.3 en het kopje 9.7 is de rechtbank van oordeel dat de daaraan ten grondslag gelegde motivering de weigering tot openbaarmaking kan dragen. Deze passages bevatten concurrentiegevoelige informatie waarvan openbaarmaking onevenredig benadelend is voor derde-partij.
Dit geldt niet voor alinea 9.7.2. Naar het oordeel van de rechtbank bevat ook deze alinea geen bedrijfs- of fabricagegegevens, zoals bedoeld in artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wob en valt niet in te zien welke concurrentiegevoelig informatie deze passage bevat, waarop een andere gegadigde bij een volgende inschrijving zijn eigen inschrijving kan afstemmen. Te meer nu de informatie in deze alinea in vergelijkbare bewoordingen in andere alinea’s wel openbaar is gemaakt valt niet in te zien hoe openbaarmaking van deze alinea onevenredig benadelend kan zijn voor derde-partij.
Over alinea 9.8.4. overweegt de rechtbank dat de motivering van de weigering tot openbaarmaking van het kopje van deze alinea en het eerste deel van de eerste zin (tot het woord “en”) de weigering tot openbaarmaking niet kan dragen.
Dit laatste geldt ook voor de kopjes van de alinea’s 9.9 en 9.10. Niet in te zien valt dat openbaarmaking van de kopjes de concurrentiepositie van derde-partij onevenredig zou benadelen. Voor de weigering tot openbaarmaking van de tekst van deze alinea’s is de motivering van de burgemeester voldoende draagkrachtig.
Voor sommige onderdelen van de presentatie heeft de burgemeester wel een toegespitste motivering gegeven, maar hij heeft daarbij in de presentatie niet precies aangegeven op welke passage deze motivering betrekking heeft. De burgemeester heeft volstaan met een omschrijving van de onderdelen, zoals bijvoorbeeld onderdelen die zien op de recreatieve functie. Het is de rechtbank dan ook niet duidelijk op welke onderdelen de burgemeester precies doelt en het is ook niet de taak van de rechtbank om dit zelfstandig inzichtelijk te krijgen. Dat is aan de burgemeester. Voor deze onderdelen kan de rechtbank dus niet beoordelen of de motivering de weigering kan dragen. Slechts voor de pagina’s die een plattegrond bevatten is voor de rechtbank eenvoudig vast te stellen op welke pagina’s de burgemeester doelt (28, 31, 33, 35 en 37). De motivering van de weigering van de plattegrond is door de rechtbank in de tussenuitspraak voldoende draagkrachtig bevonden. Dit geldt uiteraard ook voor de plattegronden in de presentatie.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit, voor zover daarbij de openbaarmaking is geweigerd van de vierde alinea op “pagina 1”, de weggelakte zin op “pagina 2”, de passage beginnend met “Het” op de vijfde regel en eindigend met “Hotel” op de negende regel onder 9.3 op “pagina 36, de tekst onder het kopje 9.7.2 op “pagina 39”, het kopje van alinea 9.8.4 en de eerste regel onder dit kopje en de kopjes 9.9. en 9.10 op “pagina 40” en de presentatie;
- herroept het primaire besluit in zoverre;
- willigt het verzoek om openbaarmaking in zoverre in;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde deel van het bestreden besluit;