ECLI:NL:RBMNE:2018:6055
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting bedrijfspand wegens aantreffen harddrugs
De burgemeester heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet het bedrijfspand aan de Palmpolstraat 20 te Almere voor twaalf maanden gesloten vanwege de vondst van 93 XTC-pillen met MDMA, gestolen goederen en verboden wapens. Verzoekers, huurders van het pand, maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening tegen deze sluiting.
De voorzieningenrechter overwoog dat de aangetroffen hoeveelheid harddrugs ruim boven de maximale hoeveelheid voor eigen gebruik ligt, waardoor aannemelijk is dat deze bestemd waren voor verkoop of verstrekking. Verzoekers konden dit niet weerleggen. Ook werd vastgesteld dat de boven- en benedenverdieping één functionele eenheid vormen, zodat sluiting van het gehele pand gerechtvaardigd was.
Hoewel verzoekers stelden dat de sluiting disproportioneel was en dat de bovenverdieping eenvoudig afgesloten had kunnen worden, oordeelde de voorzieningenrechter dat het belang van bestrijding van drugshandel en handhaving van de openbare orde zwaarder woog. De burgemeester had volgens het Damoclesbeleid Almere 2017 terecht een langere sluiting opgelegd vanwege de aanwezigheid van verboden wapens en gestolen goederen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de burgemeester alle belangen had meegewogen en dat de sluiting niet onevenredig was. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van het bedrijfspand wordt afgewezen.