Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 april 2018 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.Ter zitting is namens eiser nog gewezen op zijn financiële situatie. In dit kader is verwezen naar diverse artikelen over stijgende huurprijzen en dalende inkomsten die, net als in eisers situatie, leiden tot geldproblemen zonder uitzicht op verbetering.
“Appellant heeft gewezen op diverse brieven van zijn huisarts, waaruit naar voren komt dat ernstige zorgen bestaan over appellant, die door zijn uitzichtloze situatie vele lichamelijke klachten heeft ontwikkeld, langdurig depressief is en suïcidaal is geraakt. Evenals de rechtbank ziet de Raad hierin onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat zeer dringende redenen noopten tot bijstandsverlening bij verblijf van appellant in het buitenland. In dit verband is van belang dat de huisarts niet is aan te merken als onafhankelijk deskundige en dat de informatie niet met objectieve gegevens, zoals een diagnose van een psychiater, is onderbouwd. Verder blijkt uit de brieven niet dat zich een acute noodsituatie voordoet die enkel verholpen kan worden door verblijf in het buitenland met behoud van bijstand. Vergelijk de uitspraak van 3 december 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:2656.”
binnen twee maanden voor een (eerste contact tot) aanvraagachteraf bijzondere bijstand kan worden toegekend.
binnentwee maanden is ingediend en verweerder op grond van zijn beleid de aanvraag kon afwijzen. Eisers beroep op dringende redenen leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel. De rechtbank dient de bestuurlijke keuze die verweerder heeft gemaakt met zijn buitenwettelijk begunstigend beleid en die ten aanzien van alle aanvragers wordt gehanteerd, te respecteren. De rechtbank wijst er in dit verband op dat het beleid niet voorziet in de mogelijkheid om in het geval van dringende redenen van het beleid af te wijken. De afwijzing van de aanvraag is daarom terecht gehandhaafd.