Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[gedaagde 1] ,
2.[gedaagde 2] ,
3.[gedaagde 3] ,
[gedaagde 4],
[gedaagde 5],
[gedaagde 6],
[gedaagde 7],
[gedaagde 8],
[gedaagde 9],
[gedaagde 10],
[gedaagde 11],
[gedaagde 12],
[gedaagde 13],
[gedaagde 14],
[gedaagde 15],
1.De procedure
- het vonnis van 20 oktober 2016 van rechtbank Den Haag, en de daarin genoemde processtukken
- het vonnis van 9 november 2016 van rechtbank Rotterdam
- de conclusie van antwoord van [gedaagde 1]
- de conclusie van antwoord van [gedaagde 2]
- de conclusie van antwoord van de Toezichthouders
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek van [gedaagde 1]
- de conclusie van dupliek van [gedaagde 2]
- de conclusie van dupliek van de Toezichthouders.
2.De inleiding en de feiten
Inleiding
“Commissie onderzoek huisvesting ROC Leiden”(hierna: de Commissie Meurs) onder meer opdracht gegeven om
“zich een oordeel te vormen over de besluitvorming rond de huisvesting die geleid heeft tot de financiële situatie waarin het ROC Leiden zich in 2015 bevindt”en om in het licht van dat oordeel na te gaan of sprake was van een behoorlijke taakvervulling van de bestuurders in de zin van artikel 2:9 Burgerlijk Pro Wetboek (BW).
“Ontspoorde ambitie”en, samengevat, geconcludeerd dat de financiële problemen van ROC Leiden zijn veroorzaakt door het realiseren van de twee nieuwe panden en dat het College van Bestuur in de periode vóór 2011 met betrekking tot het initiëren, ontwikkelen, bouwen en exploiteren van de twee panden onverantwoord en verwijtbaar heeft gehandeld.
“partners in leerprocessen”en ongeveer 20% van het bouwvolume van de nieuwbouw op commerciële basis aan andere partijen.
“Turn key overeenkomst”gesloten (hierna: de TKO). Bij de TKO en andere overeenkomsten die in die tijd in dit verband zijn gesloten (hierna gezamenlijk ook: de TKO) is onder meer overeengekomen:
3.Het geschil
De vorderingen van ROC Leiden c.s.
4.De beoordeling
Opmerking vooraf
in de managementletters van de accountant over de jaren 2006-2008 worden geen specifieke opmerkingen gemaakt over de administratieve organisatie van het nieuwbouwproject”. KPMG, de huisaccountant van ROC Leiden, heeft hierover aan de Commissie Meurs gemeld dat geen specifieke opmerkingen zijn gemaakt omdat de AO/IB (de Administratieve Organisatie en Interne Beheersing) adequaat werd geacht, mede door de intensieve betrokkenheid van het College van Bestuur en de directeur Financiën, Planning & Control. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat KPMG tot die conclusie zou zijn gekomen als meerjarenprognoses in relatie tot het nieuwbouwproject hadden ontbroken. Verder heeft ROC Leiden c.s. de stelling van [gedaagde 1] dat Wessels van ROC Leiden in een e-mail van 29 augustus 2015 aan [gedaagde 1] heeft meegedeeld dat de Commissie Meurs de meerjarenprognoses niet heeft opgevraagd, niet betwist. Ook hierin ligt een bevestiging besloten van de juistheid van de stelling van [gedaagden c.s.] dat het bestuur telkens meerjarenprognoses heeft laten opstellen.
“het eigen vermogen [heeft] doen verdampen en de liquiditeitspositie [heeft] verruïneerd.”ROC Leiden c.s. stelt echter niet dat en waarom het aangaan van de depotverplichting onverantwoord was. Het depot is betaald met de verkoopopbrengst van de oude panden van ROC Leiden en diende als spaarpot in verband met de terugkoopverplichting. In haar conclusie van repliek voert ROC Leiden c.s. zonder enige toelichting een nieuwe schadepost op, bestaande uit de overdracht van een depot (van ROC Leiden bij BNG) van 23 miljoen euro aan Green. Alle gedaagden hebben vervolgens in hun conclusies van dupliek aangevoerd dat het hun niet duidelijk is waar de verplichting tot overdracht van het depot vandaan komt. In de eerste plaats merkt de rechtbank op dat het op de weg van ROC Leiden c.s. had gelegen om de overdracht van het depot en de verplichting daartoe toe te lichten en met stukken te onderbouwen. ROC Leiden c.s. is na het indienen van de conclusies van dupliek door de rechtbank in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de verdere voortgang van deze procedure. Zij heeft er vervolgens niet voor gekozen om pleidooi te vragen, met de mogelijkheid om nog nieuwe stukken in het geding te brengen, maar heeft vonnis gevraagd. Onder deze omstandigheden kan de rechtbank niet anders dan de gestelde overdracht van het depot buiten beschouwing te laten. Dat geldt ook voor de zonder enige toelichting in de conclusie van repliek voor het eerst door ROC Leiden c.s. aangevoerde schadeposten:
6.422,00(2,0 punten × tarief € 3.211,00)
6.422,00(2,0 punten × tarief € 3.211,00)
6.422,00(2,0 punten × tarief € 3.211,00)