Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
480,00
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De arbeidsovereenkomst tussen [verzoekster] B.V. en [verweerder], werkzaam als regiomanager sinds oktober 2016, is ontbonden wegens ernstig verwijtbaar handelen. [Verweerder] meldde zich ziek in november 2018 en was vanaf dat moment onbereikbaar voor zowel [verzoekster] als de bedrijfsarts en arbodienst, ondanks meerdere schriftelijke aanmaningen en waarschuwingen.
[Verzoekster] heeft loonopschorting en vervolgens loonstopzetting toegepast vanwege het niet nakomen van re-integratieverplichtingen. Pogingen van het UWV om contact te leggen met [verweerder] mislukten, waardoor een deskundigenverklaring ontbrak. [Verzoekster] verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:669 lid 3 sub e BW Pro.
De kantonrechter oordeelt dat de voorwaarden voor ontbinding zijn vervuld, waaronder het ernstig verwijtbaar handelen van [verweerder] en het ontbreken van een redelijke grond voor voortzetting van de arbeidsovereenkomst. Het opzegverbod tijdens ziekte is niet van toepassing vanwege het niet nakomen van verplichtingen. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 juli 2019 zonder transitievergoeding en [verweerder] wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 juli 2019 wegens ernstig verwijtbaar handelen zonder transitievergoeding.