2.2.[eiseres] legt nu het executiegeschil in deze bodemprocedure aan de rechtbank voor. Na wijziging van eis vordert zij:
primair
voor recht te verklaren dat [gedaagden] op basis van de (tussen)vonnissen van de kantonrechter te Amersfoort met zaaknummer 2601717 aan haar moet betalen:
€ 2.365,60 (netto) met de wettelijke rente vanaf 18 juli 2013;
€ 19.743,79 (netto), te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 1 januari 2013;
€ 760,18 (netto), te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 22 augustus 2014;
€ 1.974,38 (netto) ter zake van de wettelijke verhoging;
€ 1.450,31 ter zake van proceskosten;
voor het geval [gedaagden] wordt veroordeeld tot betaling, waarbij reeds rekening wordt gehouden met inhoudingen/afdrachten aan de Belastingdienst, [gedaagden] te veroordelen om binnen 14 dagen na het vonnis schriftelijk bewijs aan [eiseres] te sturen dat er afdrachten zijn gedaan op straffe van een dwangsom van € 1.000,-- voor elke dag dat daaraan niet volledig wordt voldaan;
subsidiair
3) voor recht te verklaren dat het vonnis van 16 december 2015 met zaaknummer 2601717 inhoudt dat [gedaagden] aan [eiseres] moet betalen € 22.087,85, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 juli 2013 of een door de rechtbank in goede justitie te bepalen termijn;
primair en subsidiair
4. [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 779,71, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 december 2017;
5. [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de betekening;
6. [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen in de nakosten.