ECLI:NL:RBMNE:2019:3278
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking recht op bijstand wegens niet melden op geld waardeerbare werkzaamheden
Eiseres ontving sinds 2015 bijstand en gaf in 2018 aan pruiken te maken en een onderneming te willen starten. Verweerder startte daarop een onderzoek en trok het recht op bijstand met ingang van 1 juli 2017 in vanwege het niet melden van op geld waardeerbare werkzaamheden.
Eiseres stelde dat verweerder haar recht op bijstand, ook schattenderwijs, had kunnen vaststellen aan de hand van overgelegde documenten. De rechtbank oordeelde dat eiseres sinds 2012 pruiken maakte en vanaf juni 2017 serieus met verkoop bezig was, wat zij tegenover een sociaal rechercheur ook had verklaard. Het niet melden van deze werkzaamheden schond haar inlichtingenplicht.
Omdat eiseres geen verifieerbare administratie of objectieve gegevens over haar werkzaamheden en inkomsten kon overleggen, kon verweerder het recht op bijstand niet vaststellen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van het recht op bijstand wordt ongegrond verklaard vanwege schending van de inlichtingenplicht.